Anas platalea

Anas platalea

Nederlands: Argentijnse slobeend

Engels: Red Shoveler

Frans: Canard spatule

Duits: Fuchslöffelente

Spaans: Cuchara Argentino


Taxonomische status

Soort status: full species

Ondersoorten: neen   

TSN: 175109


Verspreidingsgebied en ondersoorten

Het uiterste zuiden van Zuid-Amerika tot Argentinië, Chili, Paraguay en Uraguay vormen het gebied waarin deze eend als broedvogel voorkomt. Komt ook sporadisch voor als broedvogel en dwaalgast op de Falkland eilanden. In de winter wijken de vogels uit naar het warme noorden tot in Zuid-Brazilië, want in de winters in Zuid-Amerika zijn zeer hard en winderig.


Beschrijving

Woerd:

De kop is lichtgelig met zwarte vlekjes die het grootst en het dichtst zijn op de kop. De keel en de kin zijn wit. De mantel is rossig bruin met grote zwarte vlekken; aansluitend is de rug zwart met een groenige glans; deze kleur zet zich ook door op de stuit. De vleugels zijn opvallend gekleurd: de schouderdekveren zijn lichtblauw, de spiegel is metaalkleurig groen, terwijl de slagpennen zwartbruin zijn. De staart is zwart met wit afgezoomd. Opvallend is de witte vlek aan weerszijden van de stuit. De borst, flanken en buik zijn roodkastanjebruin, bezaaid met grotere en kleinere zwarte vlekjes.

De snavelkleur gaat van donkergrijs tot zwart. De poten zijn oranje.

Het oog heeft een heldergele iris.

Eend:

Het vrouwtje is veel eenvoudiger gekleurd dan het mannetje alle tinten bruin en geelbruin komen voor. Opvallend is de lichtblauwe schoudervlek. De snavel is grijsbruin en het oog is zwart.


Biotoop en voedsel

Deze mooie vogels komen zowel voor op ondiep zoet water (plassen en meren) als in brak water (=waar zoet en zout water samenkomen). Ook lagunes hebben aantrekkingskracht. Naar het schijnt verkiezen ze vooral die plaatsen waar een steile oeverbegroeiing voorkomt.

Met de speciale bek worden vooral waterinsecten en plankton uit het water gezeefd. Dit geeft het typisch slobberend geluid. Delen van waterplanten worden minder gegeten.


Gedrag

Zijn vredelievende eenden en kunnen dus in gemeenschappelijk perk.


Statuut

minste zorg


Bijzonderhden

Orde: Anseriformes

Familie: Anatidae

Genus: Anas

Status in de natuur: minste zorg

Soort: zwem-gondeleend

WOERD

Eclipskleed: neen

Lengte: 45-56 cm

Geslachtsrijp: 1 jaar

 

EEND

Lengte: 45-56 cm

Geslachtsrijp: 1 jaar

Legperiode: april, mei, juni

Broedgewoonte: grond-holenbroeder

Ei

Afm. bxh (mm x mm): 53 x 37.5 mm

Kleur: créme, grijsbeige

Textuur: glad

Aantal/nest: 7-8

Broedduur: 25

nalegselmeerdere nalegsels

Vliegvlug:

Klimaat:

Ringmaat: 10 mm

Cites vogel: neen

Europese vogel: neen


Kweekverslag

Door André Depoorter


Zoals de meeste watervogelliefhebbers heb ik de gewoonte om ieder jaar mijn eendencollectie uit te breiden met 1 of 2 koppels, dit om meer en meer kleur te krijgen op mijn vijvers. Toen ik in het boek "watervogels van de wereld" keek, werd mijn aandacht getrokken door de argentijnse slobeend. Spijtig genoeg bezat niemand uit de streek deze mooie eendensoort. Dus ging ik ten rade bij dhr. G. Dessein. Hij bracht voor mij een jong, ongeringd koppel mee uit England.
Ik huisvestte het paartje in mijn grootste perk waar 2 betonnen vijvers van 12 m lang en 4 m breed ter beschikking staan. Dit perk is beplant met sparren, struiken, veel gras en irissen dichtbij de vijvers. Ik pas natuurkweek toe, dat wil zeggen: ik laat de eenden zelf broeden tot 2 dagen voor het kippen; dan worden de eieren in een vlakbroeder gelegd. Eens de kuikens uitgekomen zijn, verhuizen ze naar mijn kuikenkwekerij: dit is een kleine serre met bakken waarboven een verwarmingslamp hangt.
Bij mij legt de argentijnse slobeend altijd in een struik irissen,nooit in een nestkast. Verleden jaar dacht ik dat het niets zou worden. Rond dezelfde tijd en op een tiental meter van het slobeendje zat namelijk het kuifzaagbekvrouwtje te broeden. En iedere keer dat deze laatste uit haar nest kwam om te eten, joeg ze eerst het slobeendje van de nest. Ze deed dat wel zo'n vijf, zes keer per dag! Toch viel alles nog mee, want uit de 8 eieren kwamen er 8 kuikens die eveneens de vorige jaren goed opgroeiden.


Zoals eerder gezegd, kweek ik de kleintjes op in een serre. Ze krijgen opfokvoer fauna 1, eendenkroos en water in een klein potje. Beneden in de serre is er een loopruimte voorzien met een klein betonnen putje; dat putje is 10 cm diep en is slecht voor de helft gevuld met water. Daarin mogen de jongen een bad nemen als ze een week oud zijn en als de temperatuur in de serre tot 35° is opgelopen. Op die manier worden ze tamelijk vroeg waterdicht.


De argentijnse slobeend is een mooie eend die het hele jaar op kleur blijft. Borst en flanken zijn roodbruin gekleurd met zwarte vlekjes. De kop is grijs , de snavel breed en zwart. De ogen zijn geelgrijs, de spiegel is metaalglanzend groen. De argentijnse slobeend is een gemakkelijke en brave eend die met elke andere vogel uit mijn verzameling overeenkomt.


Video's