Anas g. spinicauda

Anas g. spinicauda

Nederlands: chilpijlstaart

Engels: Chilean Pintail    

Frans: Canard à queue pointue      

Duits: Chile Spitzschwanzente         

Spaans: Pato Maicero      

 


Taxonomische status

Soort status: full species

Ondersoorten:  Anas g. georgica

TSN: 714700


Verspreidingsgebied en ondersoorten

Zuid-Amerika en de Falkland-Eilanden.


Beschrijving

Woerd: hoofd en de nek zijn bruin met het fijne zwarte patroon; de keel en de nek is bleker. Het lichaam is voornamelijk bruin met donkere centra aan de veren, de vogels verschijnen als gevlekte borstlogo. De veren van de bovenkant bruin-zwarte zijn met bruine randen.

Eend is vergelijkbaar met de woerd wel enigszins doffer in verschijning.

Jonge exemplaren zijn vergelijkbaar met de volwassenen, maar grijzer, en met de strepen op de borst en de onderkant.


Biotoop en voedsel

Dit is een relatief flexibele soort en is te vinden in een verscheidenheid van zoet-water, brak water habitats. Het is vooral gebruikelijk op kleine zoet-water vijvers in de buurt van rivieren of op kust lagunes, en tijdens het broedseizoen worden ze vaak gevonden in beboste gebieden. Op Isla Grande, Tierra Del Fuego, wordt het genoemd de modder taling, en is meestal te vinden aan de randen van meren of moerassen, of op het wad van beken en estuaria. Op de Falkland Eilanden is wijdverbreid, maar wordt in het water levende onkruid en een overvloed aan kleine ongewervelde het leven optreedt. Weller gerapporteerd over het voedsel van de volwassen en jonge vogels uit die regio, en vond dat kleine schaaldieren, vlokreeftjes, de larven van de muggen, en andere kleine gerechten gangbaar waren. In de winter, de taling verplaatsen ze soms naar de kust om zich te voeden met rottend zeewier, en ook zij soms eten de zaden van de wijnstok varken in de winter.


Gedrag


Statuut


Bijzonderheden

Orde: Anseriformes

Familie: Anatidae

Genus: Anas

Status in de natuur: veilig

Soort: zwem-gondeleend

WOERD

Eclipskleed: neen

Lengte: 60-66 cm

Geslachtsrijp: 1 jaar

EEND

Lengte: 60-66 cm

Geslachtsrijp: 1 jaar

Legperiode: maart-april

Broedgewoonte: grondbroeder

Ei

Afm. bxh (mm x mm): 52.4 x 37.5 mm

Kleur: roomkleurig

Textuur:

Aantal/nest: 7-12

Broedduur: 25

nalegsel: meerdere legsels

Vliegvlug:

Klimaat:

Ringmaat: 9 mm

Cites vogel: neen

Europese vogel: neen


Kweekverslag

Kweekverslag door Pieter Minten

Begin Februari kocht ik bij een liefhebber een koppeltje chilipijlstaarten ( een ondersoort van de geelsnavelpijlstaart). Thuisgekomen zette ik ze in een perk van een kleine 30m² en een vijver van 5m² samen met een koppel europese kuifeendjes. De nieuwelingen lieten meteen zien dat ze de baas waren en lieten niet met zich sollen. Ze leefde in goede harmonie samen met de kuifeenden. Begin april vond ik een ei midden in het perk en het bleef ook met 1ei. Met goede hoop wachtte ik af en ja hoor een maand later begon mevrouw te nestelen in een omgekeerd plastic bloempot die wat verdekt stond achter hoog gras. Ze legde 9 eitjes en verdedigde haar nest vrij goed. Meneer was nooit ver uit de buurt en vergezelde zijn vrouwtje tijdens haar broedpauzes. Toen ik de eitjes schouwde was ik een beetje teleurgesteld want ze waren allemaal onbevrucht. Het was ondertussen half juni geworden en ik had de hoop al wat op gegeven. Nog geen 2 weken later vond ik toevallig een nieuw nest achter wat lager gras tegen de schutting onder de kerselaar. Er lagen al 2 eitjes in. Tot mijn grote spijt vertrok ik die nacht op vakantie dus moest ik de zorgen over laten aan familie die tijdens mijn afwezigheid altijd voor mijn diertjes zorgt. Toen ik 2 weken later thuiskwam was ze aan het broeden op 4 eitjes. Ze waren uitgerekend voor begin augustus dus vol spanning wachtte ik af en ja hoor , Op een vroege ochtend zat het ouderpaar met 4 kuikens op de vijver. Beide ouders hielden andere eenden weg, mevrouw schrikt er niet van terug om zelfs aan mijn broekpijpen te komen hangen. Al mijn kuikens groeide prima op. Later bleken het 2 koppels te zijn geworden

Chilipijlstaarten zijn verdraagzame, niet luidruchtige eenden die veel te weinig gehouden worden. Ze zijn meer met hun eigen bezig dan met andere eenden. De legsel kunnen gelegd worden in grondnestkasten, achter vegetatie, verhoogde nestkasten. Bij natuurbroed zullen beide ouders de kuikens verdedigen maar vooral de moeder zal er alles aan doen zodat haar kuikens niks overkomt

 

Kweekverslag door Liliane De Boeck-Pauchet

De 2 jonge chilipijlstaarten  hadden echt geen lange aanpassingsperiode nodig, ze voelden zich bij ons onmiddellijk op hun gemak. De man sloot zich vrij vlug aan bij onze Amerikaanse kuifeenden, onze canvasbacks en onze sikkeleenden.

In de herft mengde hij zich ook in hun baltspartijen. Al snel werd duidelijk dat hij een boontje had voor het sikkeleendje. Hij draaide immers de hele tijd rond haar. Omdat zij zich daar niet zo gelukkig bij leek te voelen, verplaatste ik het sikkelkoppel naar een naburig perk. Van ’s morgens tot ’s avonds liep de chiliman nu langs de draadafspanning. Soms onderbrak hij dit over en weer gekoers even, stapte nonchalant de vijver in, zwom daarna opnieuw langs de afspanning te gaan ijsberen. ‘Nen hele speciale’, zeggen ze bij ons dan.

In de lente had hij het op onze Amerikaanse kuifeendjes gemunt. Eerst dacht ik dat hij nu weer met dit wijfje wou ‘aanpappen’; maar later bleek dat hij gewoon wou laten voelen wie de baas was. Dus joeg hij ze geregeld op. Ik nam ook dit paartje daar weg. Ondanks de geringe belangstelling die ze van de Chiliman kreeg, had het Chilivrouwtje toch een zwak voor hem. Ze begon zelfs met haar snavel naar de anderen uit te halen om daarna met korte rukjes haar kopje in zijn richting te bewegen. Dat alles onder het uiten van niet mis te verstane geluiden. Dit was haar man, punt. Zij hield zich dan toch aan de ‘regels’. Of haar man dat ook zal doen? Later zag ik hoe ze hem uitnodigde om te paren. Hij wipte en klaar was kees! Achteraf spoedde hij zich wel weer holder de bolder in de richting van de draadafspanning. Toch ‘ne speciale’.

Eind maart begon het Chilivrouwtje te leggen in een plastic bak. Een korte dikke buis vormde de toegang tot die bak. Binnenin hadden we een laag aarde en wat stro gelegd. Het vrouwtje draaide een kuiltje in het stro en legde er elke dag een ovaal, glad, ivoorcrème ei in. Het was ongeveer 53*36 mm groot. Op 5 april had ze 11 eieren bijeen gekregen en begon ze te broeden.

Na 11 dagen was het hoog tijd om te schouwen. Afgestorven of onbevruchte eieren kunnen immers beginnen stinken, wat voor de goede ontwikkeling van de overige eieren zeker niet bevordelijk is. Nooit betrapte ik het vrouwtje uit haar nest. Ze leek eerst tevoorschijn te komen als ik verdwenen was. Hoe kon ik haar uit het nest krijgen? Ik opende het deksel, ze begon meteen te blazen en naar mij uit te halen. Ik duwde haar wat weg, maar dan ging ze onmiddellijk weer op de eieren zitten. Als ik haar nu eens in de entreebuis probeerde te duwen en mijn mandje voor het gat schoof? Dat lukte.

Zo, nu kon ik op mijn gemak de eieren  wegnemen en ze binnen gaan schouwen. Ze bleken alle 12 bevrucht, zeg! Tegen dat ik terug bij de bak was aanbeland, zat het vrouwtje natuurlijk allang weer in het nest. De hele procedure diende dus hervat. Voor goede kweekresultaten moet je wel één en ander over hebben. Ondanks mijn interventie broedde het vrouwtje ijverig voort. Toen de broedtijd bijna verstreken was, controleerde ik of er al eieren aangepikt waren . Dit was wel degelijk en legde ze in een vlakbroeder.

Op 3 mei kipten elf kuikens uit en een dag later verhuisde ik deze kleintjes naar een droog aquarium. Op de bodem had ik een doek gelegd en erboven had ik een elsteinlamp van 60 W gehangen. Ze zagen er erg mooi uit, onze bruinwitte dotjes. Ze hadden donkerbruine oogjes, een grijswit gezichtje en een bruin kruintje. Over hun kaakje liep er een dikke, bruine, kromme streep. Een 2<sup>de</sup> streep liep van hun oogje naar hun oortje. Hun ruggetje was bruin, hun borstje grijsbruin en hun buikje wit. Hun pootjes en voetjes waren grijsbruin getint, hun voetwebbenbruinachtig en hun teennageltjes hoornkleurig. Onze kleine dotjes wogen gemiddeld 23g.

Ze kregen gemalen startkorrel in een laag schaaltje aangeboden en daarvan begonnen ze onmiddellijk te eten. Water werd toegediend in het ondiepe randje van een plat schaaltje. Ze slobberden er overvloedig aan.

Na een paar dagen verhuisden we ze naar een grotere bak met continu stromend water. Zo kondenze naar believen spatten en plonzen, wat ze ontzettend graag deden. De startkorrel werd nu al wat minder fijn gemalen en later werden er ook hele korrels aan toegevoegd.

10 dagen later mochten ze naar een andere opfokbak met zwemwater. In het begin kregen ze nog vlug kou en gingen ze zich geregeld onder de lamp staan poetsen. Maar enige tijd later waren ze niet meer uit het water weg te slaan.

Op 14 mei sekte en ringde ik ze. Het bleken 7 woerdjes en 4 vrouwtjes te zijn, de vrouwtjes ringde ik links, woerden rechts. Voor de grootste woerd was het eigenlijk al wat laat. Ik had er echt veel last mee om de ring over zijn ‘hiel’ te krijgen. De volgende keer moest ik zeker en vast wat vlugger ringen, want ze groeien enorm snel.

Toen ze niet meer nat werden, wachtte ik nog enkele dagen vooraleer ze naar de serre te verhuizen (24 mei). Daar konden ze in een ondiep betonnen vijvertje zwemmen. Omdat ze al waterdicht waren, leken ze het niet zo koud te hebben. Toch liet ik voor alle zekerheid dag en nacht een paar elsteinlampen van 150 watt branden. Ze kenden die lampen vrij vlug! Regelmatig gingen ze zich opwarmen en zodra het duister werd, lagen ze er allemaal onder. Nog niet zo’n stommerikjes, hè!

Terwijl onze 11 jongen opgroeiden tot goed uit de kluiten gewassen adolescenten, begon hun moeder op 23 mei aan een 2 de legsel. Ook dit keer legde ze in een plastic bak (met een buis ervoor) en ook nu kwamen er 12 eieren. Bij het schouwen zag ik dag 1 ei onbevrucht en 1 ei afgestorven was.

Ik had uitgerekend dat de kuikens rond 1 juli zouden uitkomen. Maar op 29 juni reeds zwom moeder Chilipijlstaart met haar 10 kleintjes op de vijver. Gelukkig kon ze de andere eendensoorten op een afstand houden. Ze diende wel de hele tijd agressief naar ze uit te halen en soms al eens ene bij de staart of de vleugel beet te pakken. Ik besloot om alle volwassen eenden uit het perk weg te nemen. Zo kon zij haar kroost op een veel rustigere manier grootbrengen. Ook haar mannetje nam ik weg, want ik had gezien dat die zich geregeld tussen de kuikens begaf, wild van hier naar daar zwom en voortdurend tegen ze baltste, waardoor het vrouwtje hypernerveus werd.

Eens de hele bende daar weg was, liep alles van een leie dakje. Moeder wees haar kuikens de weg naar het meel en zij aten zich goed dik. Als ze moe waren mochten ze onder haar vleugels en zodra het duister werd, trok ze met haar kroost tussen de beplanting. Naar dit familietje had ik echt geen omziens. Toch was er na 4 dagen eentje verdwenen! Ik zocht en zocht en vondhet lijkje geklemd onder de draad die we daar hadden aangebracht omdat ze gemakkelijk uit de vijver zouden geraken. Goooah, wat erg om op zo’n manier te verdrinken.

Na 10 dagen moesten de jongen geleeuwikt en geringd worden. Het werd een hele karwei om die vinnige beestjes te pakken te krijgen, maar het lukte toch. Toen ik ze sekste, merkte ik dat het 4 mannetjes en 5 vrouwtjes. Alle 9 groeiden ze mooi en gezond op. Het waren grote, mollige en sterke vogels die glad in de veren zaten. Ze gedroegen zich verassend assertief toen ze nadien bij onze overige eenden gebracht werden. Moeder Chilipijlstaart had ze kennelijk het een en ander geleerd. Dat zou in hun leven zeker en vast nog van pas komen.