Anas f. flavirostris

b3962630c5.jpg

Anas f. flavirostris

Nederlands: chili-taling

Engels: Speckled Teal

Frans: Sarcelle du Chili

Duits: Chile-Krickente

Spaans: Cerceta del Chile

 


Taxonomische status

Soort status: minste zorg

Ondersoorten:  

  • Chili-taling (Anas flavirostris flavirostris)
  • Scherpvleugeltaling (Anas flavirostris oxyptera)
  • Andestaling (Anas flavirostris andina)
  • Meridataling (Anas flavirostris altipetens)

TSN: 714696


Verspreidingsgebied en ondersoorten

verspreidingsgied_chili-taling.PNG

Zuid-Amerika, Falkland-eilanden en Zuid-Georgië


Beschrijving

Woerd en eend zien er het hele jaar rond bijna hetzelfde uit, maar het vrouwtje heeft een kleinere kop en minder geel op de snavel. De chilitaling is kleiner, donkerder en bruiner dan de scherpvleugeltaling.


Biotoop en voedsel

Dit is een relatief flexibele soort en is te vinden in een verscheidenheid van zoet-water, brak-water habitats. Het is vooral gebruikelijk op kleine zoet-water vijvers in de buurt van rivieren of op kust lagunes, en tijdens het broedseizoen wordt vaak gevonden in beboste gebieden. Op Isla Grande, Tierra Del Fuego, worden ze de modder taling genoemd, en is meestal te vinden aan de randen van meren of moerassen, of op het wad van beken en estuaria. Op de Falkland Eilanden is wijdverbreid, maar wordt in het water levende onkruid en een overvloed aan kleine ongewervelde het leven optreedt. Weller heeft  gerapporteerd over het voedsel van de volwassen en jonge vogels uit die regio, en vond dat kleine schaaldieren, vlokreeftjes, de larven van de muggen, en andere kleine gerechten gangbaar waren. In de winter, de taling verplaatsen ze zich soms naar de kust te voeden met rottend zeewier.


Gedrag

Chili-talingen zijn aangename, tamme, verdraagzame, actieve, niet luidruchtige eenden. Ze zijn makkelijk te houden, zowel in een klein appart perk met een kleine vijver als in een groot gemeenschappelijk perk.


Statuut

minste zorg


Bijzonderheden

Orde: Anseriformes

Familie: Anatidae

Genus: Anas

Status in de natuur: minste zorg

Soort: zwem-en gondeleend

WOERD

Eclipskleed: neen

Lengte: 37-43cm

Geslachtsrijp: 1 jaar

EEND

Lengte: 37-43cm

Geslachtsrijp: 1jaar

Legperiode: maart-juni

Broedgewoonte: grond- en holenbroeders

Ei

Afm. bxh (mm x mm): 52 x 36.5

Kleur: geelbruin

Textuur:

Aantal/nest: 7-8

Broedduur: 24-26 dagen

nalegsel: mogelijk

Vliegvlug: 6 a 7 weken

Klimaat:

Ringmaat:

Cites vogel: neen

Europese vogel: neen


Kweekverslag

Kweekverslag door Sam Verbist

Na nogmaals een bezoek te hebben gebracht aan René Verbist, waar ik trouwens niet ver van af woon. Zag ik in één van zijn perken een koppeltje chilitalingen zitten. Ik vond het een mooie soort met hun donkergrijze verenkleed en met hun gele bek. Datzelfde jaar (2009) had hij er jongen van en ik en ik bestelde een koppeltje. Hij zocht voor mij een vrouwtje, zodat ik een onverwant koppel zou hebben. Nadat hij een vrouwtje had gevonden nam ik het koppel mee naar huis. Ik plaatste hen in een perk waar ze samen zaten met witoogeenden, witwangfluiteenden, , roodschoudertalingen, manenganzen en versiclortalingen. René vertelde me dat ze vrij bazig en agressief uit de hoek konden komen en dat merkte ik al vlug. Het vrouwtje moest niet zoveel van het woerdje weten. Ze hield zich meer bezig met de bahamapijlstaart man die interesse toonde. In april 2010 zakte het vrouwtje uit. En op 17 april vond ik haar eerste ei in een nestkast met een laddertje. Ze legde in totaal 6 eieren. Na 14 dagen broeden schouwde ik de eieren en ze bleken allemaal onbevrucht! Dat was een ontgoocheling. Daarom verhuisde ik ze nog dat jaar naar een ander perk. Waar ze ondertussen zijn gehuisvest met kaneeltalingen, wintertalingen, laysantalingen, versicolortalingen en java fluiteenden. Het vrouwtje begon eindelijk interesse te tonen in het woerdje. In 2011 was de winter net voorbij en alle eenden begonnen stilaan aan de hofmakerij. De chilitaling woerd begon ook te baltsen en zijn vrouwtje te verleiden. In maart zakte ze al uit, maar na 14 dagen te broeden schouwde ik ze en ze bleken weer onbevrucht. In juni zakte ze terug uit. Ze legde terug in een nestkast met een laddertje. In totaal legde ze 7 eieren.

Na 14 dagen broeden schouwde ik ze en er waren 4 eieren bevrucht, 1 ei was afgestorven en 2 eieren waren onbevrucht. Ik was toch gelukkig, want ik kon nog jongen hebben. Ik legde ze meteen in de broedkast en op 12 juli kwamen er 4 jongen uit het ei. Toen ze helemaal waren opgedroogd zette ik ze in de opkweekbak. Ze kregen een schoteltje met water en opfokkorrel van Versele-Laga.

Na een week verhuisden ze naar een grotere opkweekbak met een gaasbodem waar ze al wat meer water tot hun beschikking kregen.

Wanneer ze een vijftal weken oud waren mochten ze al naar buiten waar ze een klein vijvertje tot hun beschikking kregen. Toen ze een zestal weken oud waren verhuisde ik ze naar het perk waar al mijn jongen zijn gehuisvest.


Video's