Schrijf je nu in voor de 8ste ronde van het DNA project.

Hoe? Door telefonisch contact, brief of mail te sturen met vermelding van aantal vogels en adres kweker naar: 

 

Willy Tieleman

Binnenweg 195

B-2570 Duffel

++32(0)477601560

E-mail

Per post ontvangt men het pakket verpakking en handleiding.

 

Werkmethode van het project

Een van de belangrijkste argumenten voor het houden van dieren in beschermd milieu is het feit dat deze activiteit kan bijdragen tot het behoud van dieren die in de natuur met uitsterven bedreigd worden. Het idee dat dierenparken en private collecties een soort stationaire Ark van Noah kunnen vormen voor soorten die het in hun eigen biotoop moeilijk hebben wordt thans algemeen aanvaard en heeft in het verleden al voor heel wat soorten zijn waarde bewezen.

Erg belangrijk bij dit alles is dat deze zogenaamde ex-situ populaties enkel maar soortzuivere dieren omvatten, dat er voldoende genetische variatie aanwezig is en dat ze op een professionele manier worden beheerd. Alleen dan kan een ex-situ project geloofwaardig overkomen en biedt het kans op slagen, ook op langere termijn. 

Meer bepaald voor de verschillende Tragopanensoorten die in beschermd milieu gehouden worden, stelt zich het probleem dat er in de loop van de jaren heel wat twijfels over met name de soortzuiverheid is gerezen. Hiervoor bestaan verschillende redenen, maar feit is dat het vandaag niet meer mogelijk is enkel op morfologische basis te beoordelen of een vogel al dan niet zuiver is. Binnen de internationale gemeenschap is men het er thans over eens dat in dergelijke gevallen alleen een DNA-onderzoek uitsluitsel kan bieden. 

Naar aanleiding van deze steeds wederkerende vraag over zuiverheid bij tragopanen in ex-situ populaties, is er een werkgroep opgericht in samenwerking met WPA-Benelux, goedgekeurd door de RvB van Aviornis Int. vzw.

Deze werkgroep heeft beslist te starten met een pilootproject om zo aan de jarenlange twijfels een antwoord te kunnen geven.

Het DNA-project moet daar dus klaarheid inbrengen.

Dit zal niet zo eenvoudig zijn omdat het hier blijkbaar om soorten gaat die evolutionair gezien nog vrij “jong” zijn. Dat kan als gevolg hebben dat er van nature nog een, zij het beperkte, genetische overlapping kan bestaan. Daardoor is het mogelijk dat bepaalde historische kruisingen, gevolgd door een reeks terugkruisingen met de zuivere soort, slechts een zeer geringe rest-impact op het genoom vertonen, waardoor ze aan de aandacht kunnen ontsnappen.

Daarom is het noodzakelijk om zoveel mogelijk stalen te onderzoeken, teneinde de natuurlijke variatie binnen de soort zo goed als mogelijk in kaart te brengen.

Dit project kan tevens de basis zijn voor andere fokprogramma’s ter instandhouding van bepaalde dieren in nood.

Terzelfder tijd is het een promotie van onze verenigingen bij diverse overheden.

Onze ambitie:

• Het inventariseren van wat er zich bevindt in ex-situ populaties.

• Uitgebreide DNA-analyse van Temminck, Satyr en Cabot in ons bezit.

• Een standaard opstellen met materiaal uit de oorspronglanden.

• Een gericht fokprogramma opstellen met speciaal ringsysteem.

• Soortzuivere dieren en onverwante koppels van Temminck, Satyr en Cabot in onze volières te hebben, die herkenbaar zijn en deel uitmaken van een stamboekbeheer.

 

Doel van de werkgroep:

• Houden en beheren van een goede populatie van de verschillende soorten tragopanen in beschermd milieu.

• Het DNA-onderzoek verder uitbouwen voor deelnemers aan het project.

• Databank opstarten en onderhouden aangaande deze populaties.

• Voor het in stand houden van de populatie moeten voldoende dieren onder controle van de werkgroep blijven

• Alle goede tragopanen trachten op te nemen in het stamboek en ze voorzien van een projectring.

• Projectringen moeten een teken blijven van een betrouwbare vogel.

• In het belang van het project is het noodzakelijk om alle onregelmatigheden uit te sluiten. 

 

Hoe realiseren? 

• De medewerkers van het onderzoek worden gevraagd om mee te werken aan dit project.

• Alle DNA-geteste dieren die goed zijn bevonden kunnen worden opgenomen in het stamboek en ontvangen een certificaat van soortzuiverheid.

• De nafok van DNA-geteste dieren die in het project zitten wordt voorzien van een geëigende voetring van het project, samen met een voetring van de kweker.

• De nafok van voorgaande dieren dragen eveneens een projectring.

• De deelnemers verklaren zich bereid om correcte gegevens i.v.m. de kweek aan de beheerders mee te delen via het geëigend document (stamboombrief tragopanenwerkgroep).

• Alle verplaatsingen en verlies van dieren (jong of oud) t.g.v. ruil, verkoop of sterfte worden aan de beheerders meegedeeld.

• Van elke vogel uit het project (oude of jonge) moet een veermonster kunnen genomen worden om DNA-onderzoek ter controle mogelijk te maken.

• Per soort is een verschillende voetring voorzien:

• De ringen zijn zonder jaartal en kunnen per stuk bekomen worden bij de beheerder van het stamboek.

• Enkel de kwekers in het project kunnen per soort de nodige ringen bekomen bij de stamboekhouder.

• Projectringen diameter 14:

• Satyr Tragopan: TRS + volgnr.

• Temminck Tragopan: TRT+ volgnr.

• Cabot Tragopan: TRC+ volgnr.

Startdatum: 2011

Alle liefhebbers die geïnteresseerd zijn in deelname aan het project, kunnen zich aanmelden per mail of per post. Zij geven het aantal dieren op die ze willen laten onderzoeken en per kerende post ontvangen zij een postpakket met daarin:

 

A. Omschrijving voor staalname.

B. Samenvatting gegevens voor DNA-analyse.

C. Retouromslag.

 

A. Omschrijving voor staalname. 

• Neem 4 zo groot mogelijke, groeiende veren van de staart of de vleugel zonder de vogel te beschadigen. Het is belangrijk dat deze veren levend materiaal bevatten aangezien dit het DNA bevat dat we willen bekomen.

• Doe de veren van 1 dier in een kleine omslag (meegeleverd).

• Vermijd contact van uw vingers met de schacht (basis) van de veer.

• Breng nooit veren van verschillende dieren in eenzelfde omslag.

• Noteer op de omslag; soort, geslacht, ringnummer, jaartal en alle bijkomende informatie die u wil mededelen en noodzakelijk kunnen zijn over dat dier, en plak de omslag dicht.

• Vul ook dezelfde gegevens en uw naam en adres op bijkomend formulier “samenvatting”.

• Laat de kleine omslagen met veren een drietal dagen drogen op kamertemperatuur zodat de veren kunnen drogen. Hierna kunnen de omslagen in een grotere omslag (meegeleverd) gebracht worden, samen met het formulier “samenvatting” en klaargemaakt voor verzending.

• De uitslag wordt u persoonlijk meegedeeld en indien bruikbaar wordt dit opgenomen in ons stamboekbeheer. Is het een soortzuiver dier, ontvangt u ook een certificaat. 

B. Samenvatting gegevens voor DNA-analyse:

• Hier vult men in : de soort, geslacht, ringnummer, jaartal en eventuele informatie over de afkomst van de vogel. Zo kunnen wij een selectie maken van de belangrijkste afstammingslijnen. 

C. Retouromslag

Alle houders van tragopanen uit binnen- en buitenland, ongeacht of ze lid zijn van Aviornis of niet, kunnen deelnemen aan het project, mits voorafbetaling van de kosten.

De kosten worden bepaald volgens de offerte die steeds opnieuw wordt gevraagd. 

Om een degelijk fokprogramma te starten zou het wenselijk zijn om ongeveer 150 à 200 dieren te laten onderzoeken waaruit minimum 60% zuiver is bevonden.

 

Streefdatum: augustus 2012.

 

Fokprogramma.

• Gericht fokprogramma zal starten zodra de koppels gekend zijn bij de stamboekbeheerder. 

• Nakweek wordt geringd met een ring voorzien van stamnummer en jaartal,en een projectring . 

• Speciale stamboombriefjes zijn ter beschikking bij de stamboekbeheerder, samen met de projectringen. 

• Een speciaal aangepast programma van Zoo-Easy zal ter beschikking zijn van de werkgroep. 

• De beheerder brengt alle dieren in en zorgt voor onverwante koppels die kunnen aangeboden worden aan andere liefhebbers. 

• De liefhebbers hebben ook de mogelijkheid om vrij hun dieren te verhandelen. 

Wanneer? Najaar 2012

 

 

Nakweek uit goedgekeurde ouderdieren:

• Wordt steeds gemeld aan de stamboekbeheerder.

• Met speciale stamboombriefjes van de werkgroep.

• Na controle worden ze opgenomen in het stamboek.

• Alle verplaatsingen van dieren worden steeds gemeld aan de stamboekbeheerder.

• Wanneer dieren worden verhandeld dient steeds de nieuwe eigenaar doorgegeven aan de stamboekbeheerder. 

Wanneer? Continue 

Stamboekbeheerder:

     Paulo Raeymaekers

     Lage weg 37c

     2470 Retie

     É-mail: paulo.raeymaekers@skynet.be

 

Streefdoel en datum: 80% zuivere dieren ex-situ tegen 2018


Nieuws van het dna project

Een van de belangrijkste argumenten voor het houden van dieren in beschermd milieu is het feit dat deze activiteit kan bijdragen tot het behoud van dieren die in de natuur met uitsterven bedreigd worden. Het idee dat dierenparken en private collecties een soort stationaire Ark van Noah kunnen vormen voor soorten die het in hun eigen biotoop moeilijk hebben wordt thans algemeen aanvaard en heeft in het verleden al voor heel wat soorten zijn waarde bewezen.

Erg belangrijk bij dit alles is dat deze zogenaamde ex-situ populaties enkel maar soortzuivere dieren omvatten, dat er voldoende genetische variatie aanwezig is en dat ze op een professionele manier worden beheerd. Alleen dan kan een ex-situ project geloofwaardig overkomen en biedt het kans op slagen, ook op langere termijn.  

Meer bepaald voor de verschillende Tragopan soorten die in beschermd milieu gehouden worden, stelt zich het probleem dat er in de loop van de jaren heel wat twijfels over met name de soortzuiverheid is gerezen. Hiervoor bestaan verschillende redenen, maar feit is dat het vandaag niet meer mogelijk is enkel op morfologische basis te beoordelen of een vogel al dan niet zuiver is. Binnen de internationale gemeenschap is men het er thans over eens dat in dergelijke gevallen alleen een DNA-onderzoek uitsluitsel kan bieden 

Naar aanleiding van deze steeds wederkerende vraag over zuiverheid bij tragopanen in ex-situ populaties, is er een werkgroep opgericht in samenwerking met WPA-Benelux, goedgekeurd door de RvB van Aviornis Int. vzw.

Deze werkgroep heeft beslist te starten met een pilootproject om zo aan de jarenlange twijfels een antwoord te kunnen geven 

Het DNA-project moet daar dus klaarheid inbrengen.

Dit zal niet zo eenvoudig zijn omdat het hier blijkbaar om soorten gaat die evolutionair gezien nog vrij “jong” zijn. Dat kan als gevolg hebben dat er van nature nog een, zij het beperkte, genetische overlapping kan bestaan. Daardoor is het mogelijk dat bepaalde historische kruisingen, gevolgd door een reeks terugkruisingen met de zuivere soort, slechts een zeer geringe rest-impact op het genoom vertonen, waardoor ze aan de aandacht kunnen ontsnappen.

Daarom is het noodzakelijk om zoveel mogelijk stalen te onderzoeken, teneinde de natuurlijke variatie binnen de soort zo goed als mogelijk in kaart te brengen. 

Dit project kan tevens de basis zijn voor andere fokprogramma’s ter instandhouding van bepaalde dieren in nood.

Terzelfder tijd is het een promotie van onze verenigingen bij diverse overheden, omdat het bewijst dat ook “eenvoudige” liefhebbers zich zinvol voor het behoud van de biodiversiteit kunnen inzetten.

Onze ambitie is:

• Het inventariseren van wat er zich bevindt in ex-situ populaties.

• Uitgebreide DNA-analyse van Temminck, Satyr en Cabot in ons bezit.

• Een standaard opstellen met materiaal uit de oorsprongslanden.

• Een gericht fokprogramma opstellen met speciaal ringsysteem.

• Soortzuivere dieren en onverwante koppels van Temminck, Satyr en Cabot in onze volières te hebben, die als dusdanig herkenbaar zijn en deel uitmaken van een stamboekbeheer.  

 

Doel van de werkgroep:

• Houden en beheren van een goede populatie van de verschillende soorten tragopanen in beschermd milieu.

• Het DNA-onderzoek verder uitbouwen voor deelnemers aan het project.

 

• Databank opstarten en onderhouden aangaande deze populaties.

• Voor het in stand houden van de populatie moeten voldoende dieren onder controle van de werkgroep blijven

• Alle goede tragopanen trachten op te nemen in het stamboek en ze voorzien van een projectring.

• Projectringen moeten een teken blijven van een betrouwbare vogel.

• In het belang van het project is het noodzakelijk om alle onregelmatigheden uit te sluiten.

Hoe realiseren?

• De medewerkers van het onderzoek worden gevraagd om mee te werken aan dit project.

• Alle DNA-geteste dieren die goed zijn bevonden kunnen worden opgenomen in het stamboek en ontvangen een certificaat van soortzuiverheid.

• De nafok van DNA-geteste dieren die in het project zitten wordt voorzien van een geëigende voetring van het project, samen met een voetring van de kweker.

• De nafok van voorgaande dieren dragen eveneens een projectring.

• De deelnemers verklaren zich bereid om correcte gegevens i.v.m. de kweek aan de beheerders

mee te delen via het geëigend document (stamboombrief tragopanenwerkgroep).

 

• Alle verplaatsingen en verlies van dieren (jong of oud) t.g.v. ruil, verkoop of sterfte worden aan de beheerders meegedeeld.

• Van elke vogel uit het project (oude of jonge) moet een veermonster kunnen genomen worden om DNA-onderzoek ter controle mogelijk te maken.

• Per soort is een verschillende voetring voorzien:

• De ringen zijn zonder jaartal en kunnen per stuk bekomen worden bij de beheerder van het stamboek.

• Enkel de kwekers in het project kunnen per soort de nodige ringen bekomen bij de stamboekhouder. paulo.raeymakers@skynet.be

• Projectringen diameter 13

• Satyr Tragopan: TRS + volgnr.

• Temminck Tragopan: TRT+ volgnr.

• Cabot Tragopan: TRC +volgnr.

 


 

De start van het project

Het Tragopan DNA-project is een feit!

Het is algemeen aanvaard dat er een probleem van soortzuiverheid is bij de verschillende soorten tragopanen.

Een interessant artikel in het Aviornis-tijdschrift van de hand van Frank Grosemans bracht de bal aan het rollen. Ook de tragopan-quiz die onze secretaris vorige fazantendag in Kerkrade organiseerde bewijst dat weinig fazantenliefhebbers in staat zijn om, alleen voortgaande op uitwendige kenmerken, de verschillende soorten te herkennen.

Vooral de hennen bezorgden zelfs de grootste specialisten hoofdbrekens. Alleen een DNA-onderzoek zou hier zekerheid kunnen bieden.

 Aviornis International vzw en WPA-Benelux beslisten tot de oprichting van een werkgroep tragopanen, die in navolging van wat de werkgroep kraagfazanten heeft gedaan, zou proberen een populatie op te bouwen, vertrekkende van onbetwisbaar zuivere dieren.

Er werd contact opgenomen met BioGenomics, dat is een onderzoeksgroep van het laboratorium voor biodiversiteit en systematiek der dieren van de KULeuven. Deze mensen waren bereid het onderzoek op zich te nemen en Aviornis is bereid gevonden de kosten te dragen. De bijdrage van WPA zal er vooral in bestaan om, gebruik makende van de internationale relaties (ondermeer in China) ervoor te zorgen dat er een betrouwbare standaard opgesteld kan worden aan de hand van stalen afkomstig van gegarandeerd zuivere dieren. Het project gaat dit najaar van start. We houden u op de hoogte.

Ook deze werkgroep heeft nog nood aan medewerkers


Nieuws van het DNA-project 1 maart 2011

Het DNA-project rond de Tragopanen gaat normaal verder. Van de geïnteresseerde liefhebbers namen er 12 veerstalen van hun dieren en bezorgden die aan de coördinator samen met de gegevens omtrent de herkomst van de dieren. In 't totaal kwamen er meer dan 80 stalen binnen. Na heel wat puzzelwerk kregen we een zicht op de belangrijkste afstammingslijnen van de drie soorten (Temminck, Satyr en Cabot). Op die manier konden de vogels geselecteerd worden die in het onderzoek betrokken worden. Ondertussen zijn alle 50 stalen bij BioGenomics aan de Kuleuven bezorgd. Het is zo dat er van iedereen die stalen inleverde ook dieren zijn uitgekozen, zodat alle medewerkers bij het onderzoeksproject betrokken zijn.

Er zijn alvast een aantal interessante punten naar voren gekomen:

Veren met een dikke schacht (vleugel- of staartpennen) lenen zich beter tot DNA¬extractie dan gewone veertjes, zoals die wel voor geslachtsbepaling gebruikt worden.

Er zijn bij de Phasianidae 160 micro-sattelietmerkers beschreven, waarvan er 26 in aanmerking komen omdat ze bij de drie soorten tragopanen zouden moeten werken. Deze werden alle uitgetest op uit de ingeleverde stalen geëxtraheerd DNA. 15 daarvan gaven een goed resultaat en zullen verder gebruikt worden op alle stalen.

De mitochondriale merker werd getest op zes stalen (twee van elke soort) en gaf een zeer goed resultaat. Het bekomen fragment werd positief geïdentificeerd als cytochroom b en bij een vergelijking met de gepubliceerde sequenties op Genbank werden de drie soorten (cabot, satyr en temminck) teruggevonden.

Binnen enkele maanden hopen we een duidelijk zicht te krijgen op tenminste een deel van de populaties in beschermd milieu.


De eerste fase van het DNA project is afgerond; 1 november 2011

De eerste fase van het Tragopan DNA-project is succesvol afgerond. De resultaten van de onderzochte stalen werden inmiddels aan de verschillende inzenders medegedeeld. Tijdens de startvergadering van de kersverse focusgroep Tragopanen die op 9 september te Duffel gehouden werd, zijn de resultaten uitgebreid besproken. Dank zij het onderzoek weten we nu niet alleen welke dieren soortzuiver zijn, maar hebben we ook een idee in hoeverre ze met elkaar verwant zijn. Dat moet ons toelaten met een register te starten voor de drie onderzochte soorten. Paulo Raeymaekers zal de populaties beheren met behulp van het programma Zoo Easy, dat voor deze gelegenheid door de producent zal worden aangepast. Om van een zo breed mogelijke basis te vertrekken, werd besloten ook de overige nog niet onderzochte stalen voor verdere analyse in te zenden. Omdat een aantal van een 50-tal stalen financieel het meest interessant is,bestaat er dus nog een kans voor liefhebbers die hun vogels alsnog willen laten onderzoeken. Hiervoor zal wel een vergoeding van 50 € per dier gevraagd worden.  



Het DNA project, een update (juni 2012)

Het “Tragopan DNA Poject”: een update juni 2012

De resultaten van de tweede fase van ons DNA-project zijn ondertussen bekend en grotendeels geanalyseerd. Op 18 mei zal er aan de universiteit te Leuven bij BioGenomics nog een laatste bespreking plaatsvinden om de eindconclusies vast te leggen. Zoals in de vorige al vermeld werd beschikken we nu dank zij deze twee onderzoeksfasen over een unieke reeks gegevens, meer bepaald van 115 verschillende individuen. De 12 onderzochte Blyth-tragopanen bleken allen tot één enkele bloedlijn te behoren, wat overeenkomt met de feiten: de hele populatie die afkomstig is van de in 1983 uit Nagaland geïmporteerde dieren stamt af van één hen. Deze populatie, die al gauw verspreid raakte over Europa en de Nieuwe Wereld (Canada en USA), telde op het einde van vorige eeuw bijna 100 dieren. Jammer genoeg ging het daarna snel bergaf met deze soort. Vooral de gevolgen van inteelt lieten zich in de latere generaties gelden en op dit ogenblik zijn er nog slechts enkele dieren over op één locatie in Nederland en in San Diego Zoo. De toekomst van de Blyth in beschermd milieu schijnt dus alles behalve rooskleurig te zijn.

Gelukkig gaat het met de andere drie soorten die courant gehouden worden heel wat beter. Zowel van Cabot-, Temminck- als van Satyrtragopaan vinden we voldoende vogels terug in beschermd milieu en er wordt ook behoorlijk mee gefokt. Heel wat liefhebbers passe zelfs met succes natuurbroed toe.

Wat de soortzuiverheid van onze populaties betreft bestaan er echter al jarenlang vragen en ons DNA-project moet daar dus klaarheid in brengen. Dit is wel niet zo eenvoudig als aanvankelijk werd gedacht, omdat het hier blijkbaar om soorten gaat die evolutionair gezien nog vrij “jong” zijn. Dat heeft als gevolg dat er van nature nog een, zij het beperkte, genetische overlapping kan bestaan. Daardoor is het mogelijk dat bepaalde historische kruisingen, met een zeer geringe impact op het genoom, aan de aandacht kunnen ontsnappen. Anderzijds laat het grotere aantal stalen dat nu onderzocht is (103 van deze 3 soorten) toe met speciale analyseprogramma’s te werken die kruisingen met grote zekerheid kunnen ontmaskeren.

Voor de Cabot-tragopaan blijkt de situatie globaal positief te zijn. Op een enkel twijfelgeval na, is de onderzochte populatie soortzuiver.

Jammer genoeg is dit niet het geval voor de twee andere soorten: zowel bij de onderzochte Satyr’s als Temminck’s bleken onderlinge kruisingen aanwezig. Van de 41 onderzochte Satyr-stalen bleken er minstens 11 niet soortzuiver; van de 30 Temminck’s waren dat er 7. Dat betekent dat ongeveer een kwart van de vogels een kruising achter de rug heeft. Dit kan uiteraard verschillende generaties geleden gebeurd zijn, zodat de liefhebbers zelf hiervoor geen verantwoordelijkheid hoeven te dragen. Het is anderzijds wel vervelend, aangezien deze dieren en hun nakomelingen voor een kweekproject waardeloos zijn.

Het zou zeker interessant zijn nog meer dieren te laten onderzoeken, zodat we genoeg variatie hebben binnen de groep vogels die de proef hebben doorstaan, wat het samenstellen van geschikte, zo onverwant mogelijke kweekkoppels mogelijk zou moeten maken.

Dit verhaal wordt dus zeker nog vervolgd.


Dna 3 de fase

De nieuwe offerte is binnen, helaas is er een prijsverhoging.

De reden hiervan is dat er een belangrijke bijkomende analyse moet gemaakt worden om hybridisatie te kunnen detecteren.

de eerste fase werd een analyse gemaakt van het mitochondriaal DNA (cytochrome b) en van het nucleair DNA (microsatellite DNA)

De gegevens van het nucleair DNA van de eerste fase werden alleen verwerkt met het programma Structure

Na evaluatie van de tweede fase, met enkele bedenkingen, heeft men een bijkomende tweede programma NewHybrids,gebruikt .

Nu blijkt dat er enkele vogels uit de eerste fase die eerst OK waren, toch hybriden zijn.

Het is absoluut nodig om deze extra analyse uit te voeren op iedere vogel om een juist en correct beeld te krijgen van de soortzuiverheid van onze vogels.

Met deze bijkomende analyse is ook het prijskaartje gestegen, namelijk  naar 70 euro  per vogel


Enkele resultaten.

De 12 onderzochte Blyth-tragopanen bleken allen tot één enkele bloedlijn te behoren, wat overeenkomt met de feiten: de hele populatie die afkomstig is van de in 1983 uit Nagaland geïmporteerde dieren stamt af van één hen. Deze populatie, die al gauw verspreid raakte over Europa en de Nieuwe Wereld (Canada en USA), telde op het einde van vorige eeuw bijna 100 dieren. Jammer genoeg ging het daarna snel bergaf met deze soort. Vooral de gevolgen van inteelt lieten zich in de latere generaties gelden en op dit ogenblik zijn er nog slechts enkele dieren over op één locatie in Nederland en in San Diego Zoo. De toekomst van de Blyth in beschermd milieu schijnt dus alles behalve rooskleurig te zijn.

Gelukkig gaat het met de andere drie soorten die courant gehouden worden heel wat beter. Zowel van Cabot-, Temminck- als van Satyr-tragopaan vinden we voldoende vogels terug in beschermd milieu en er wordt ook behoorlijk mee gefokt. Heel wat liefhebbers passen zelfs met succes natuurbroed toe.

Wat de soortzuiverheid van onze populaties betreft bestaan er echter al jarenlang vragen en ons DNA-project moet daar dus klaarheid in brengen. Uiteraard is het mogelijk dat bepaalde historische kruisingen, met een zeer geringe impact op het genoom, aan de aandacht ontsnappen. In dat geval is de afstamming van de dieren belangrijk, omdat met elke generatie die we terug kunnnen gaan de kans op ontdekking van een eventuele kruising verdubbelt. Anderzijds laat het grotere aantal stalen dat nu onderzocht is toe met speciale analyseprogramma’s te werken die kruisingen met grotere zekerheid kunnen ontmaskeren. Momenteel verwerken we de resultaten van de 5e ronde. Met een totaal van 248 geteste dieren van deze 3 soorten sluiten we de voorbije rondes af.

Voor de Cabot-tragopaan blijkt de situatie globaal positief te zijn. Van de 77 onderzochte cabots zijn er slechts 5 onzuiver bevonden.

Jammer genoeg is dit niet het geval voor de twee andere soorten: zowel bij de onderzochte Satyr’s als Temminck’s bleken onderlinge kruisingen aanwezig. Van de 102 onderzochte Satyr-stalen bleken er minstens 23 niet soortzuiver; van de 69 Temminck’s waren dat er 21. Dat betekent dat ongeveer een kwart van de vogels een kruising achter de rug heeft. Dit kan uiteraard verschillende generaties geleden gebeurd zijn, zodat de liefhebbers zelf hiervoor geen verantwoordelijkheid hoeven te dragen. Het is anderzijds wel vervelend, aangezien deze dieren en hun nakomelingen voor een kweekproject waardeloos zijn.

 

Het zou zeker interessant zijn nog meer dieren te laten onderzoeken, zodat we genoeg variatie hebben binnen de groep vogels die de proef hebben doorstaan, wat het samenstellen van geschikte, zo onverwant mogelijke kweekkoppels mogelijk zou moeten maken. Daarom zijn we opoek naar nieuwe deelnemers. Liefhebbers die graag willen deelnemen aan het project kunnen zich alsnog melden via mail naar willy.tieleman(at)skynet.be Uw gegevens worden strikt vertrouwelijk behandeld en worden niet openbaar gemaakt of gedeeld met derden zonder uitdrukkelijke toestemming van uwentwege. Vermeld in de mail welke dieren en hoeveel u zou willen laten onderzoeken. Dan ontvangt u per kerende de werkwijze alsook de nodige formulieren en omslagen om de stalen te verzenden. Deelname in de onkosten 70 euro per dier.