Dromaius novaehollandiae

Dromaius novaehollandiae

Nederlands: Emoe

Engels: Emu

Frans: Émeu d'Australie

Duits: Emu

Spaans: Emú


Verspreidingsgebied en ondersoorten

  • Dromaius novaehollandiae novaehollandiae: Australie
  • Dromaius novaehollandiae diemenensis: voormalig Tasmania. uitgestorven ca 1865

Inleiding

De emoe (Dromaius novaehollandiae) is een Australische loopvogel.  Hij behoort tot de groep van de Ratites, net zoals de grotere Afrikaanse struisvogel en de kleinere Zuid-Amerikaanse nandoe.  Hun volwassen gewicht ligt tussen 35 – 65 kg en rechtstaand bereiken ze soms 1,70 m hoogte.  Deze vogels kunnen tot 30 jaar oud worden.  Emoes komen in het wild enkel voor in Australië, maar ze worden wereldwijd gehouden als huisdier en soms ook op grote emoe-farms.


Huisvesting

Emoes worden gehouden op weiland, al dan niet bebost.  Vanaf de leeftijd van 3 weken moeten ze beschikken over een buitenbeloop (indien het weer het toelaat).  Zorg voor een niet te gladde bodem, ook in de winter bij vriesweer.  De omheiningen moeten voorkomen dat de dieren ontsnappen en moeten minstens 1.5 m hoog zijn.  De constructie moet veilig zijn, zodat ze zich er niet kunnen aan kwetsen of in geklemd geraken.  Best is een sterke, elastische omheining, die ook voor de vogels goed zichtbaar is.  Prikkeldraad en elektrische schrikdraad zijn bij wet verboden.  De minimum oppervlakte van dit buitenbeloop voor volwassen vogels (>12 maanden) is 450 m² met een minimum per dier van 150 m².

 

Ze moeten ook steeds vrije toegang hebben tot een binnenhok om zich te kunnen beschermen tegen ongure weersomstandigheden.  De hoogte van dit hok is minimum 2 m en moet daglicht binnenlaten.  De deuropening moet minstens 1.5 m breed zijn.  De minimale oppervlakte zal 20 m² zijn met een minimum oppervlakte per dier van 2.5 m² (voor dieren van 12 maanden of ouder).  Geen enkele loopvogel mag individueel gehouden worden.  Agressie tussen de dieren moet zoveel mogelijk vermeden worden.  Emoes moeten kunnen beschikken over een waterbad en schaduw.


Voeding

Emoes gelijken uiterlijk sterk op struisvogels, maar hun darmstelsel is zeer verschillend.  Er kan dus niet zomaar wat struisvogelvoer aan emoes gevoederd worden.  Commerciële voeding voor emoes is zelden verkrijgbaar.  Voorzie daarom deze vogels best van een mengeling van 2/3 kalkoenkorrel (zonder chemische toevoegsels) + 1/3 struisvogelkorrel.  Naast dit basisvoedsel eten ze ook nog wat planten zoals grassen en kruiden, evenals insecten en fruit.  Drinkwater moet steeds ter beschikking zijn.  Loopvogels hebben geen tanden en geen krop.  Daarom hebben ze reeds vanaf de eerste levensdagen maagkiezel nodig.  Dit zijn echte steentjes (geen kalk !) die ter beschikking moeten gesteld worden.  De grootte van de grootste teennagel van de vogel vormt een goede maatstaf voor de gemiddelde grootte van de maagsteentjes.

De grootte en het aantal van de voederbakken en drinkplaatsen moet voldoende zijn opdat alle vogels gelijktijdig kunnen eten en drinken. 


Broedvogels

Broedrijpe emoes worden best in paren gehouden, anders ontstaan er vroeg of laat gevechten die zeer ernstige verwondingen veroorzaken.  De hen is meestal wat zwaarder gebouwd dan de haan.  Zij maakt de specifieke klank die doet denken aan getrommel op een leeg metalen vat.  De haan maakt een meer grommend geluid.  Het is soms moeilijk om een goed paar samen te stellen.  Emoes worden geslachtsrijp in hun 2° of 3° levensjaar.  Ze broeden meestal tussen oktober en maart.


Broeden

Natuurlijk broeden lukt bij deze loopvogelsoort vrij goed in ons klimaat.  Hou er echter rekening mee dat dit in onze winterperiode gebeurt en voorzie daarom een nest binnen in hun schuilplaats.  De kuikens zullen dus meestal ook geboren worden in de wintermaanden.  De hen legt donkergroene eieren met een gemiddeld gewicht van 500 à 700 g.  Enkel de haan broedt de eieren uit en zorgt voor de kuikens.  Hanen die op het nest zitten, eten soms zeer weinig en kunnen tijdens deze periode zeer veel gewicht (vetreserve) verliezen.  Betere resultaten worden verkregen bij het kunstmatig uitbroeden van de eieren in de broeierij.  Emoe-eieren moeten 50 tot 57 dagen bebroed worden aan een temperatuur van 36.0 à 36.7 °C en een relatieve vochtigheidsgraad tussen 25 en 40 %.  Professioneel uitbroeden van eieren is een vak apart.


Kuikens

De kuikens zijn donkergrijs gestreept.  Dit streeppatroon verdwijnt bij het ouder worden.  Kuikens zijn nestvlieders.  Zij lopen reeds rond, zeer snel na het uitkippen.  Kuikens tot 3 maand ouderdom mogen niet met meer dan 30 dieren in groep gehouden worden.  De minimum oppervlakte van het binnenverblijf voor kuikens tot 1 maand is 5 m², met een minimum van 0.35 m² per kuiken.  Voor kuikens van 1 tot 3 maand is dit respectievelijk 10 m² en 0.75 m², voor kuikens van 3 tot 12 m, 20 m² en 1.5 m².

 

Ze moeten over een buitenbeloop beschikken vanaf de leeftijd van 1 maand.  De oppervlakte is minimum 25 m² met een minimum van 5 m² per dier tot de leeftijd van 3 maand.  Daarna tot 12 m wordt dat 350 m² met een minimum van 125 m² per dier.  Succesvol kuikens opfokken is niet zo eenvoudig.  Jonge kuikens hebben behoefte aan warmte, natuurlijk daglicht, frisse zuurstofrijke lucht en veel bewegingsruimte op een niet-gladde bodem.  Aangepaste kuikenvoeding wordt zo vlug mogelijk na het uitkippen verstrekt, evenals proper drinkwater.  Beiden ad libitum.


Wetgeving


Emoes vallen onder de Vlarem milieuwetgeving. Men kan in Vlaanderen emoes houden zonder vergunning:

  • tot en met 19 dieren in agrarisch gebied,

  • tot en met 9 dieren in woongebied met landelijk karakter,

  • tot en met 4 dieren in overige gebieden

  • een onbeperkt aantal kuikens jonger dan 3 weken.

  • Voor het houden van meer dieren (tot 500) is een klasse II vergunning nodig en voor meer dan 500 een klasse I vergunning.

Ook in de wet op het dierenwelzijn (KB van 4 / 03 /2005) werden emoes opgenomen.  Alle afmetingen van hokken en buitenbelopen, evenals alle andere adviezen in deze folder zijn in overeenstemming met deze wetgeving.


 

Vooral de preventieve diergeneeskunde is bij alle loopvogels belangrijk.  Voorkomen is beter dan genezen !  Met preventie bedoelen wij niet zozeer vaccinaties en preventieve behandelingen, maar wel het scheppen van een gunstige leefruimte voor de dieren, een goed ‘management’.  Gelukkige dieren zijn gezonde dieren.

Vaccineren (bijvoorbeeld tegen NCD) doen we meestal enkel als er gevaar dreigt of als het wettelijk verplicht is.  Ook ontwormen is bij deze diersoort niet altijd nodig.  Het hangt af van het bedrijf.  Laat best eerst uw dierenarts een meststaal onderzoeken op wormeieren vooraleer te ontwormen.  Dit is goedkoper, gemakkelijker en gezonder.

Is uw dier toch ziek of gewond, wees dan zeer voorzichtig met geneesmiddelen.  Sommige antibiotica en andere geneesmiddelen zijn dodelijk voor loopvogels.  Ook bijna alle insecticiden en pesticiden zijn levensgevaarlijk.

Een ziek dier moet eerst door een dierenarts onderzocht worden zodat er een juiste  diagnose kan gesteld worden en dan pas kan men een behandeling starten.


Taxonomische status

Soort status: full species

Ondersoorten: 

  • Dromaius novaehollandiae novaehollandiae
  • Dromaius novaehollandiae diemenensis

TSN: 174385