Anser caerulescens caerulescens

Anser caerulescens caerulescens

Nederlands: Kleine Sneeuwgans / Blauwe Sneeuwgans

Engels: Lesser Snow Goose

Frans: Petite Oie des neiges

Duits: Kleine Schneegans Schneegans

Spaans: Ansar Nival

 


Taxonomische status

Soort status: Subspecies

Ondersoorten:  

Anser caerulescens caerulescens (nominaatvorm) - Kleine Sneeuwgans; de blauwe variant wordt ook aangeduid als Blauwe Sneeuwgans.

Anser caerulescens atlanticus -  Grote sneeuwgans

TNS: 175039


Verspreidingsgebied

De kleine sneeuwgans  broedt voor het grootste deel in  arctisch Canada tot in Alaska. Er is ook een kleinere kolonie op Wrangel-eiland, voor de kust van Siberië. De soort overwintert in de Verenigde Staten.

Kleine Sneeuwganzen komen in Noord-Amerika voor rond drie noord-zuid assen: Een atlantische, een centrale en één aan de Westkust.

De ganzen van de centrale as -de grootste groep- broeden in de oostelijke arctische gebieden (Baffin Island en rond de Hudson Bay). Deze overwinteren grotendeels in Louisiana en Texas, alhoewel ze tegenwoordig ook in meer noordelijk gelegen gebieden blijven hangen. In deze groep komen meest blauwe sneeuwganzen voor.

De Atlantische groep (relatief klein, enkel duizenden dieren) broedt eveneens vnl. in de buurt van Baffin Island. Het betreft vnl. blauwe exemplaren die overwinteren langs de Amerikaanse Oostkust, tot in Florida.

De Westkust-branche (enkele honderduizenden ganzen) bestaan uit dieren van Wrangel Island, Alaska en West-Canada. Ze overwinteren in Californië.


Beschrijving

De Kleine Sneeuwgans meet 66-76 cm en weegt  2,5 à 2,7 kg.

Opmerkelijk is dat er in de natuur twee kleurvarianten voorkomen: de witte en blauwe 'fase'. Deze blauwe variant komt niet voor bij de Grote Sneeuwgans.

De witte vorm is volledig wit, met uitzondering van de slagpennen die zwart zijn.

Bij de blauwe fase is de kleur overwegend blauwgrijs, enkel kop en nek zijn wit. Sommige blauwe sneeuwganzen vertonen ook een deel witte vlekken elders op hun lichaam.

De bek van sneeuwganzen vertoont donkerder randen, waardoor ze lijken te grijnzen.

De fluctuatie in de verhouding witte en blauwe sneeuwganzen heeft te maken met het tijdstip van het smelten van de sneeuw in de broedgebieden. Sneeuwganzen beginnen doorgaans al te broeden als er nog sneeuw ligt, vnl. de witte variant. Witte dieren hebben dan een schutkleur, blauwe zijn beter zichtbaar voor roofdieren.  In jaren dat de sneeuw snel smelt worden blauwe ganzen dus bevoordeligd. Men stelt de laatste jaren vast dat het aantal blauwe ganzen relatief stijgt (tot 50%). Er zou ook een effect zijn ingevolge de jacht: jagers zouden eerder geneigd witte exemplaren voor het vizier te halen.


Biotoop en voedsel

Sneeuwganzen broeden in de toendragebieden van Canada, waar ze arriveren als de wintersneeuw nog niet volledig verdwenen is. De plaatselijke bevolking ziet hen dan ook als de aankondigers van de komende lente.  Ze behoren tot de meest noordelijk broedende ganzen.

Tijdens de trek naar het zuiden  stoppen ze ook meer en meer in de landbouwgebieden van de Mid-West, waar ze veel voedsel vinden. Een deel van de ganzen doet zelfs niet meer de moeite om af te zakken tot in de traditionele overwinteringsbieden (Lousiana en Texas), waar ze overwinteren in de brakke en zoutwatermoerassen en getijdengebieden langsheen de Golf van Mexico.

Sneeuwganzen leven op plantaardig voedsel, vnl. grassen, waarbij ze ze de neiging hebben om de planten met wortel en al uit te trekken.


Gedrag

Sneeuwganzen zijn koloniebroedes, dwz ze broeden vrij dicht bij elkaar. Ook komen de jongen van de koppels van een kolonie allemaal vrij snel na elkaar uit. Beide fenomenen zorgen ervoor dat, ondanks de sterke predatie door o.m. vossen, meeuwen en jagers (= soort meeuw) de soort goed kan standhouden.

De jongen kunnen gebruik maken van de poolzomer om 18 à 20 uur per dag te grazen  (en muggen te vangen), wat ervoor zorgt dat ze vanaf 5 weken vliegvlug zijn.


Statuut

In de natuur zijn ze niet bedreigd. Het totale aantal wordt rond de 5 miljoen exemplaren geschat.


Bijzonderheden

Orde: Anseriformes

Familie: Anatidae

Genus: Anser

Status in de natuur: voorkomend

Soort: grijze ganzen

Eclipskleedneen

Lengte: 66-76cm

Geslachtsrijp: 3 jaar

Legperiode: april-mei

Broedgewoonte: grondbroeder/ koloniebroeder

Ei

Afm. bxh (mm x mm):

Kleur:

Textuur:

Aantal/nest: 4 à 6 eieren

Broedduur: 23 dagen

nalegsel

Vliegvlug: 5 à 6 weken

Klimaat:

Ringmaat: 16 mm

Wetgeving:

Cites vogel: neen

Europese vogel: Ja


Kweekverslag


Video's