Lady Amstherfazant

Haan

Materiaal en methode.

De ogen zijn tijdens het prepareren verwijderd. Indien de iriskleur niet op de labels werd vermeld, kan deze dus niet meer achterhaald worden. De kleur van weke weefsels zoals ooghuid en ooglel veranderde tijdens het droogproces en zijn dus niet meer representatief voor de oorspronkelijke kleur.

Met behulp van de falsificatie- en verificatiemethode hebben we onze waarnemingen getoetst aan de beschrijvingen van kraagfazanten door de meest relevante ornithologen, zoals die in de literatuur te vinden zijn. Kenmerken die we kunnen bevestigen, verifiëren dus deze beschrijvingen. Eigenschappen die we op grond van onze waarnemingen niet kunnen aanvaarden, falsifiëren echter deze bestaande beschrijvingen en worden met bewijsmateriaal beargumenteerd.

Als belangrijkste naslagwerken hebben we gerefereerd naar:

  • LEADBEATER, B. On an undiscribed species of the genus Phasianus, trans. Linn. Soc. London 16, 1829, p. 129 - 131, pl. 15  

 Leadbeater beschreef als eerste ornitholoog officieel deLady amherstfazant en gaf haar ook de naam Chrysolophus amherstiae.

  • OGILVIE-GRANT, W. A handbook to the Game Birds, vol.II, Pheasants, Megapodes, Curassows, Hotzins, Bustards and quails, 1897, London.

Hij was de curator van de vogelcollectie in het British Museum.

  • BEEBE, W.R. A monograph of the  Pheasants, 1990, London.
  • DELACOUR, J. The Pheasants of the world, 1977, London.

Twee topornithologen, zeker wat fazanten betreft, die zelf meerdere malen veldwerk verricht hebben tijdens hun expedities in Azië.

  •  VAN DER MARK , R.P. Fazanten en pauwen, 1969, Amsterdam.

Het referentieboek bij uitstek van de Nederlads sprekende vogelliefhebber.

 

De morfologische beschrijving van kraagfazanten is, gezien de bestaande variaties, zeer complex. Ten gevolge van tijdsgebrek was het tot nu toe nog niet mogelijk het onderzoek volledig af te ronden. Zo werdener nog te weinig metingen verricht. Sommige afmetingen zoals kuiflengte en -breedte, kraaglengte en staartbreedte zijn trouwens helemaal geen geijkte maten, maar ze zijn wel van belang tegenover argumenten zoals 'vroeger was alles groter en breder'.

Volgende figuur dient als morfologische wegwijzer, dit om mogelijke misverstanden omtrent de bedoelde veren te vermijden.


Beschrijvingen

Kruin (1).

een smalle , lange kuif. In vergelijking met de kuif op de volgende foto is er soms wel een grote variatie waar te nemen. De scheiding tussen groene schel en de rode kuif is niet altijd mooi recht afgelijnd.

een smalle , lange kuif. In vergelijking met de kuif op de volgende foto is er soms wel een grote variatie waar te nemen. De scheiding tussen groene schel en de rode kuif is niet altijd mooi recht afgelijnd.

Afgeronde donkergroene veertjes met een metaalglans, de schel bedekt de volledige breedte van de kruin

Kuif (2)

Gele bek en een grote naakte gezichtshuid. De kraag is bovenaan samengesteld uit kleine afgeronde veertjes die gradueel overgaan in grote driehoekige veren. Op deze veren zijn de staalblauwe dwarsbanden goed zichtbaar.

Bestaat uit karmijnrode, stijve, niet gebogen veren in het volledige verlengde van de schhel. Ze zijn zeer kort aan de zijkanten maar verlengen in het centrum tot hun maximale lengte. Het uiteinde mondt in een zwart tipje uit. Er is geen scherpe aflijning tussen de groene schel en de rode kuif. Het lichtjes doorschieten van rood in groen of omgekeerd is dus geen kenmerk van een kruisingsproduct.

Bek (3)

Boven: geel met zwartbruin aan de basis

onder: volledig geel.

Oogiris. (4)

Matte, onregelmatig verspreide veren met donkergroene boordjes geven de keel een spot-effect.

Matte, onregelmatig verspreide veren met donkergroene boordjes geven de keel een spot-effect.

De kleur is niet te controleren.

Gezichtshuid. (5)

Grote naakte onbevederde ooghuid waarvan de kleur niet te controleren is.

Ooglel (6

De kleur is niet te controleren.

94.jpg

Kraag (7)

Afgeronde witte veren met een glanzende staalblauwe zoom. Bovenaan zijn de veren klein en half cirkelvormig afgerond, onderaan zijn het grote driehoekige veren waarvan alleen de zwak gebogen basis is afgeboord. Elke veer is dwars gestreept met glanzend staalblauw. Naar onder toe worden de afboording en de dwarsstreping proportioneel breder en intenser. De collectie telde een variant (Birma-variant) die deze dwarsband mist.

Keel (8)

Donker mat zwartbruin, met licht glanzende donkergroene vlekken. De bevedering van de keel bestaat eigenlijk uit zwarte veren, willekeurig verspreid, die een donker metaalgroen boordje vertonen.

 

92.jpg

Onderzijde

  • Borst (9)

Afgeronde metaalgroene veren. Ze dragen een subterminale zwarte band. Dus de terminale rand (= buitenste rand) is helder schitterend metaalgroen. Gewoonlijk is dit randje zelfs iets helderder dan de rest van de veer.

Buik (10a)

Lange staart van ongeveer 1 meter. Het bovenste paar staartveren is getooid met mooie regelmatige gebogen banden op een witte achtergrond.

Lange staart van ongeveer 1 meter. Het bovenste paar staartveren is getooid met mooie regelmatige gebogen banden op een witte achtergrond.

Is volledig puur wit. Althans het zichtbare gedeelte van de veren is zuiver wit, het niet zichtbare gedeelte is donker grijsbruin. Donkere vlekken op de buik zijn te wijten aan het missen van borstveren.

Onderbuik (10b)

Wit met donkerbruine of zwarte strepen of banden.

 

Dijen (11)

De zwarte banden aan de buitenkant van de staartveren staan loodrecht op de schachten. De binnenkant van deze veren is onregelmatig zwartwit gespikkeld.

De zwarte banden aan de buitenkant van de staartveren staan loodrecht op de schachten. De binnenkant van deze veren is onregelmatig zwartwit gespikkeld.

 Wit met bruine tot zwarte vlekken of zelfs duidelijk geband. Alle hanen van de collectie dragen de zogenaamde broek.

Bovenrug + schouder (12)

Afgeronde metaalgroeneveren. Ze dragen een subterminale zwarte band en een schitterend groen terminaal randje. De breedte van deze subterminale band is minder breed dan deze van de borst.

Vleugeldekveren.

Van de grote slagpennen (13a)

De zwartbruine veren, met lichte schachten, zijn aan de onderkant wit afgeboord.

Van de kleine slagpennen (13b)

Donker grijsblauw, satijnglans met zwarte zoom. Tegen de zwarte zoom vertonen de veren een blekere zone.

Vleugels

Grote slagpennen (14a)

Zwartbruin met lichter gekleurde schachten. De zichtbare buitenrand is wit afgeboord van onder tot boven, soms is de binnenste helft schaars vaalgeel gespikkeld of getand.

Kleine slagpennen (14b)

DE buitenste veren (=tegen de grote slagpennen) zijn bruin met lichte schachten. De middelste kleine slagpennen variëren systematisch naar zwart. De pennen tegen het lichaam veranderen naar purperblauw. Ze zijn zwart afgezoomd met tegen deze zoom aan een lichtere zone. het zijn dus maar een vijftal kleine slagpennen die diep gekleurd zijn. Deze veren kunnen soms een lichtbruine spikkeling vertonen op de buitenzijde van het purper glanzende gedeelte.

Boven-rug (15)

Idem als mantel en schouder. Veren zijn breder en hoekiger.

Beneden (16)

Zwartbruin aan de basis, donkergroen in het midden en het resterende zichtbare gedeelte is saffraangeel.

Staartdekveren (17)

Korte in het midden.

Zwartbruin aan de basis, in het midden groenwit gestreept en eindigend  in scharlakenrood.

Naar de zijkanten toe.

Idem als de centrale maar de uiteinden zijn hier wit gekleurd (het rodeuiteinde ontbreekt).

Lange zijstaartveren

Het gaat hier om 5 veren die alleen zijdelings zichtbaar zijn. Het zijn lange, witte veren, onregelmatig zwart gestreept. Het tipeinde is duidelijk minder gepigmenteerd wat een doorschijnend effect geeft.

Staart Centraal (18a)

Twee omgekeerde V-vormige veren. Witte ondergrond met regelmatige ononderbroken gebogen, brede banden, die afhankelijk van de lichtinval, blauw of groen voorkomen. De ruimte tussen deze banden is minstens tweemaal de bandbreedte.

De witte achtergrond is opgevuld met vlekken en onregelmatige zwarte gebroken lijnen die ongeveer loodrecht op de gebogen banden lopen.

Onderste (18b)

Buitenkant: zwarte banden met driehoekige verbrede basis, staan haaks op de witte schachten. De tussenruimten zijn olijfachtig effen gekleurd aan de buitenzijde en worden vuilwit naar de schacht toe.

Binnenkant: onregelmatig zwart gemarmerd op een witte achtergrond.

Onderstaart (19)

Veren zijn zwart met glanzend donkergroen uiteinde. De veren bezitten lichte schachten.

Loopbeen (20)

Geelbruin tot blauwgrijs. De poten van sommige exemplaren glommen nog van een produkt (olie, vet,..?) dat gebruikt werd tijdens het prepareren. Hierdoor is het moeilijk conclusies te trekken aangaande de echte pootkleur. Verschillende labels vermelden wel loodgrijs als pootkleur maar sommige balgen hebben gele poten.

Sporen (21)

Niet zeer lang, wel dun en scherp.


Afmetingen in mm.

Lengte 1200-1340 

Kuiflengte 38-60 

Kuifbreedte  14-22 

Kraaglengte 100-120 

Staartbreedte 65-80 

Staartlengte 630-1050 

Pootlengte 115-130 

Gefotografeerde balgen

1907-12-31/69 Yuen Chang Yunnan 

1923-11-11/51 Lichiang range Yunnan 

1933-11-23/808 NW Yunnan 

1923-11-11/53 Lichiang range Yunnan 

1941-12-1/811 Locatie nog op te zoeken 

1933-11-13/805 NW Yunnan 


Hen Lady Amherstfazant

Morfologisch onderzoek.

Materiaal en methode:

We gebruiken dezelfde methode die beschreven is bij de haan.

In de literatuur vinden we weinig gegevens betreffende de morfologie van de lady-hen. Vergeleken met de morfologie van de hen van de goudfazant vertoont de hen van de Lady-Amherstfazant geen echte duidelijke verschillenqua totaalbeeld. Toch willen we proberen aan de hand van fotomateriaal de Ladyhen meer gedetailleerdtoe te lichten. In een laterstadium zullen we de belangrijke verschilpunten tussengoud-en Ladyhen met elkaar vergelijken.

Beschrijving:

Algemene indruk

  • Alhoewel balgen geen objectief beeld weergeven aangaande grootte en gewicht van een levend dier, is het toch wel duidelijk dat de Ladyhen een fors en robuust voorkomen heeft.
  • De Ladyhen is intens donker geband over heel het lichaam, uitgezonderd de buik en de oogstreek.
  • De morfologische variatie tussen de ladyhennen onderling is zeer gering. De ladyhennen uit de Tring-collectie vormen morfologisch een zeer homogene groep.

Kruin (foto 1)

In het midden bestaat de kruin uit donker afgeronde veren met een subterminale okergele en een zwarte terminale band. Aan de zijkanten van de kruin vermindert de zwarte band en het okergeel wordt roestbruin tot bruinrood. Vanaf snavel aanzet tot boven de oogkassen wordt de zwarte rand minimaal en het roestbruin-bruinrood het meest intens.

 

Bek (foto 2)

Gele tip met een donkere basis. Sommige balglabels vermelden als bekkleur: grijsbruin of blauwachtig grijs met een lichtere tip.

Oogiris:

De kleur is niet meer te controleren. Sommige balglabels vermelden iriskleur: grijsgeel tot mat vaal geel ('milky pale yellow')

Gezichtshuid:

Naakte onbevederde ooghuid waarvan de kleur niet te controleren is. De omvang van deze gezichtshuid is tamelijk groot.

Oorstreek:

Zilvergrijs afgelijnd gebied  opgevuld met witte en zwarte veertjes. Zwarte pluimpjes lijnen de oorstreek af.

 

Kraag (foto 3)

Beslaat hetzelfde gebied als de kraag van een jonge Ladyhaan. De kraag bestaat uit schelpvormige veertjes die afwisselend oker en donkerbruin gekleurd zijn en een zwart terminaal (zwart) randje bezitten. De veren verlengen en de banden verbreden systematisch naar onder toe. De kraag is duidelijk cirkelvormig afgelijnd en vormt een overgang tussen de oorstreek en de rug. Het zilverachtig effect wordt veroorzaakt door een wit metaalachtig waas op de terminale zwarte banden.

 

Keel (foto 4)

Centraal zijn de veertjes wit en afgerond. Zijdelinkse (lateraal) hebben de veren een bruin-okergele subterminale band en een zwarte terminale rand.

 

Onderzijde (foto 5)

Boven (onder de keel)

Afgeronde veren met een okerkleurige boord en een terminaal zwart randje. Naar onder toe wordt de okerkleur intenser en de okerkleurige boord breder.

 

Borst

Centraal: afwisselend okerkleurige en donkerbruine banden. De terminale rand wordt donkerbruin.

Lateraal is het zichtbare gedeelte volledig okerkleurig met een zwart terminaal randje.

Er  bestaat een verband tussen de intensiteit van het roodbruin op de kruin en de afboording op de borst. Hoe intenser de roodbruine kleur op de kruin, hoe intenser deze diepe kleur op de borst.

Buik + onderbuik + flanken

Centraal: volledige buik, vanaf  vleugelaanzet tot onderstaart: vuilwit of vaalwit, zeker geen spierwit. De flanken zijn lateraal gestreept of geband.

 

Dijen (foto 6)

 

Fijne bruine bandjes tot op het loopbeen op een okergele achtergrond vormen de broek.

Onderstaart

Okerkleurige en bruine banden. Er is een verschil in de marmertekening maar er blijft een bandenstructuur bestaan.

 

Rug (foto 7)

Is volgens de structuur in 3 grote delen op te splitsen.

 

 

 

Boven ( foto 8)

De banden variëren van grijsbruin boven naar bruin onderaan. Tussen deze banden varieert de kleur van beige naar okergeel. Zowel de banden als de tussenruimten zijn ongeveer even breed.

Midden (foto 9)

De donkere banden worden breder. De terminale en de grijsbruine band vloeien in elkaar.

Onder (foto 10)

Alle banden vloeien in elkaar over en vormen op die manier de pepering.

 

 

 

Staart (foto 11)

Bovenstaartdekveren

Variërend van een sterke onregelmatige bandenstructuur tot een matige bandenstructuur met een lichte marmering.

  • Marmering neemt toe vanaf de stuut naar de staartuiteinde.
  • Marmering neemt toe van de schacht naar de zijkant van de veer.
  • De zwarte kleur vermindert naar onder toe.
  • Bij één exemplaar namen we het zilverachtig waas op de dekstaartveren waar.

Staart

EEn bandenstructuur die gemarmerd kan zijn.

Onderkant staart (foto 12)

Dwars geband of soms gemarmerd. Het afgeronde veeruiteinde is een typisch kenmerk van de Ladyhen.

 

Vleugels (foto 13)

Vleugeldekveren.

Idem als bovenrug maar minder intensief gemarmerd.

Grote slagpennen ( foto 14).

Donkergrijsbruin met okerkleurige banden, zowel binnen- als buitenkant.

Kleine slagpennen (foto 15).

Donkere gemarmerde banden met lichtgele- okergele tussenruimten.

Loopbeen

Leigrijs. De poten van sommige exemplaren glommen van het vet. Dit treedt vaker op bij geprepareerde dieren. Hierdoor is het moeilijk een conclusie te trekken aangaande de echte pootkleur. Sommige labels vermelden wel zwartgrijs, lichtbruingrijs en vuilbruin ('dusty brown') als pootkleur.


gefotografeerde balgen

REGISTERNUMMER PLAATS PROVINCIE HOOGTE LAND 

1923-11-11/56 Lichiang rang NW-Yunnan 3000m China 

1923-11-11/54 Lichiang rang NW-Yunnan 3000m China 

1933-11-13/80  NW-Yunnan 3000m China

1941-12-1/813 Mytkyina Hpmauw  2100m China 

1922-12-7/22 Locatie nog te zoeken    

1922-12-7/23 Locatie nog te zoeken