Musophaga rossae

Musophaga rossae

Lady Ross-toerako (NL)

Ross's turaco (UK)

Rossturako (D)

Touraco de Lady Ross (FR)


Taxonomische status

Soort status: full species.

Dit taxon wordt beschouwd als een ondersoort van Musophaga violacea (sensu lato) door sommige auteurs.

Er zijn geen ondersoorten bekend.

Monotypisch.

TSN: 555341


Verspreidingsgebied en ondersoorten

centraal-Afrika





Beschrijving

De Lady Ross toerako behoort met de Schild toerako tot een aparte groep onder de toerako's.

De hele groep toerako's valt onder de koekoeken; de orde van de Cuculiformes. Over de indeling van de toerako's zijn de taxonomen het nog steeds niet met elkaar eens. Er is veel voor te zeggen ze ieder in een aparte groep onder te brengen. Een discussie is gaande om de voor en tegens van het samenzijn in die ene orde te commentariëren. 

Wat als een belangrijke overeenkomst met de koekoeken geldt, is de beweeglijkheid van de vierde teen, die zowel naar voren als naar achteren bewogen kan worden. Dat geeft hem de beweeglijkheid van een acrobaat. De Schildtoerako danst en rent over de takken hetgeen vrijwel geen andere vogel presteert. 


Biotoop en voedsel

Ze zitten in Kameroen, Oeganda, Democratische Republiek Congo naar Zambia en Angola. Het is een zeldzame zwerver in Zuid-Afrika, twee keer in het noorden van Botswana en eenmaal waargenomen in het noorden van Namibië (vlakbij de Caprivi Strip). Het geeft de voorkeur over het algemeen groenblijvende en rivierbos, bladverliezende struiken met termietenheuvels en dichte miombo (Brachystegia), mavunda (Cryptosepalum) en marquesia (Marquesia) bossen.

Voornamelijk eet fruit, doen de meeste van haar foerageren in groepen in het kronendak. De volgende voedingsmiddelen zijn opgenomen in het dieet in Centraal-Afrika:

Planten, Fruit, Rhoicissus (wilde druiven), Bridelia (Sweetberry), Musanga (brandnetel),  Dahlgrenodendron (wilde lauweren), Psidium guajava (gecultiveerd guaves),bloemen van Grevillea (buitenaardse zijdeachtige eik), Ongewervelde , termieten, slakken


Gedrag

Ze zijn zeer territoriaal en agressief naar andere vogels, waaronder roofvogels. Ze komen voor in paren of kleine groepen.


STATUUT

minste zorg


Bijzonderheden

Orde: Musophagiformes

Familie: Musophagidae

Kleed: zien er het hele jaar hetzelfde uit

Lengte: 51-54cm

gewicht:

Geslachtsrijp:

Legperiode:


Ei

Afm. bxh (mm x mm):

Kleur: wit

Textuur glad

Aantal/nest: 1-2

Broedduur: 24-26dagen

nalegsel: mogelijk

Vliegvlug:

Ringmaat: 9mm

Cites vogel:  / bijlage 

Europese vogel: neen


Kweekverslag

Deze middelgrote toerako komt voor in Centraal Afrika. Hij is groter dan de normale andere toerakosoorten, maar kleiner dan de reuzentoerako.

De Lady Ross toerako meet 50 cm, is overwegend blauw-paars gekleurd, heeft een parmantige rode kuif, een stevige gele snavel en een gele naakte huid rond het oog. Een opvallende verschijning. Hij is de grote broer van de Schildtoerako, die weliswaar ook overwegend blauw-paars gekleurd is doch een stuk kleiner is en ook een andere koptekening heeft.

De Lady Ross zou zijn naam danken aan een adelijke dame die deze vogel bezat toen deze voor het eerst beschreven werd. De ornitholoog was zo genereus om haar gastvrijheid te belonen met een vogelnaam. Met de vogel zelf heeft dit allemaal weinig van doen. Deze historische praat zullen we daarom verder achterwege laten.

De Lady Ross toerako is altijd een zeldzame vogel geweest in gevangenschap. In de natuur komt hij rijkelijk voor. De import bleek nauwelijks mogelijk.

Een eerste glimp van deze vogel ving ik midden jaren negentig op bij de erkende vogelliefhebber Jac Raemaekers in Nederweert. Hij beschikte over een vrouwtje van de soort. In de dichtbegroeide volière was de vogel amper te zien, hetgeen mijn nieuwsgierigheid alleen maar vergrootte.

Het duurde tot 2001 voor een vogelhandelaar uit Reuver erin slaagde om Lady Ross toerako's te importeren. Prachtige vogels waarvan ik er een paar wist te bemachtigen.

De vogels werden gehuisvest in een ruime buitenvolière van 8 bij 4 meter en 3,5 meter hoog. Het aangrenzende nachthok is van steen en meet 2 bij 2 meter. De volière is ruim beplant met allerlei soorten struiken zoals:  liguster, conifeer, moerbei, forsythia, brem, maar ook taxus en buxus. Er zijn grote takken aangebracht aan de uiteinden van de volière. Veel takken zijn horizontaal geplaatst, de vogels rennen hierover naar hartelust. Ook zijn er veel takken geplaatst die wat lager uitkomen en zelfs vlak bij de grond. De vogels zijn echt dankbaar voor alle mogelijkheden tot vertier die je ze biedt.

Beide wildvangvogels hebben van 2001 tot 2004 in deze volière vertoefd. Prachtige vogels, maar zij bleven maar onrustig heen en weer vliegen. Het wilde instinct bleef erg dominant bij deze vogels. In 2004 was ik in de gelegenheid deze vogels om te ruilen voor jonge vogels die met de hand waren opgekweekt. Eén vogel was afkomstig van mijn goede vriend Jos Custers uit Maasbree, de andere vogel was in Oeganda met de hand opgekweekt. Beide vogels waren dus handtam en werden door mij ook zo gehouden. Met dagelijks wat aandacht bleven de vogels aanhankelijk en vlogen bij binnenkomst in de volière direct op arm of schouder. Beide vogels ontwikkelden zich tot prachtige exemplaren.

Het jaar 2005 ging zonder noemenswaardige gebeurtenissen voorbij. De vogels waren aanhankelijk naar de verzorger, maar ook naar elkaar toe. Van enige agressiviteit was geen sprake. Als voedsel werd verstrekt de Beo-korrel (T-16) van Nutri bird en iedere dag vers fruit. Appel, peer, banaan, aardbeien, blauwbessen. Alles in kleine blokjes, net wat het seizoen te bieden heeft. Het viel mij op dat de vogels veel groen van de struiken pikken. Veel bladeren van de liguster en ook van de moerbeiboom, zelfs de dikke bladeren van de buxus worden niet versmaad. Jonge knoppen eten zij ook graag.

Als het 's winters steviger vriest dan drie of vier graden onder nul sluit ik de vogels 's nachts op in het nachthok en verwarm ik lichtjes bij. Voor het overige zijn het, eenmaal gewend, sterke vogels die ons klimaat goed doorstaan. Opvallend is wel dat de mannen wat gevoeliger zijn voor ziekten. Ook is het oppassen geblazen bij het vangen van de vogels om deze bijvoorbeeld te ringen. Hoewel de poten er sterk en stevig uitzien kunnen deze gemakkelijk verdraaien. Het duurt dan enkele weken voordat ze de poot weer normaal kunnen gebruiken. Daar het krachtige vogels zijn kun je dit soort werkjes het beste met twee personen doen.

In 2006 bleef aanvankelijk alles rustig en was er bij de vogels, ze waren nu twee jaar, niet echt een broedstemming te bespeuren. In het nachthok had ik een stevige houten mand opgehangen en mijn wens was dat, als ze zouden gaan broeden, dit dan daar zouden doen. Dat was de beste, meest beschutte plaats.

De vogels zelf dachten daar duidelijk anders over.

In mei hoorde ik ze steeds vaker driftig tokkelen, verscholen in het dichte groen van een rijtje coniferen. Met behulp van ijzerdraad bevestigde ik midden in een dichte struik op ooghoogte een rieten mandje zo ongeveer op de plaats waar ze zo vaak zaten te koeren. Het mandje was nog niet bevestigd of de vogels zaten er al parmantig in. Het was duidelijk dat ze er zich meteen in thuisvoelden. Eieren bleven niet lang uit. Net zoals bij andere toerako's worden deze in de avonduren gelegd; zo tussen 6 en 9 uur. De eieren worden met een tussenpose van één dag gelegd. Pas nadat het tweede ei gelegd is neemt de broeddrift toe. De eerste dagen kan het broeden wat onregelmatig zijn. Normaal neemt met het verstrijken van de dagen de ijver om te broeden toe. Het vrouwtje bebroedt de eieren 's nachts en grote delen overdag. Het mannetje neemt de zaken enkele uren per dag waar. Belangrijk is, wanneer de vogels buiten broeden, de nestgelegenheid in de palle zon te hangen. Grote hitte verdragen ze slecht. Beter is een schaduwrijk plekje. Tegen regen zijn ze goed bestand, hoewel enige beschutting natuurlijk nooit kwaad kan. Broeden de vogels buiten, houd er dan echt rekening mee dat het broedkorfje goed waterdoorlatend is. Dat helpt bij een goede waterafvoer en dan hebben de vogels, ook de jongen, van aanhoudend regenweer weinig te lijden.

Na precies 23 dagen komen de eieren uit. De Lady Ross-jongen zijn klein, maar groot in vergelijking met andere toerakojongen zoals bijvoorbeeld van de purperkuif en de roodkuif. De oude vogels eten nu veel T-16 korrel. Grote stukken fruit laten ze links liggen. Slechts wat banaan en perzik in kleine stukken geprakt wordt graag genomen.

Ik merkte dat de oudervogels "bewust" meer korrelvoer aten; ook waren ze vaak op de grond aan het speuren naar voedsel. Ook door andere toerakoliefhebbers is dit laatste verschijnsel vaak waargenomen. Blijkbaar zoeken ze naar een aanvulling op het voedselaanbod. De jonge vogels groeiden voorspoedig. De zo gevreesde spreidpoten bleven gelukkig uit. Men kan als de jonge vogels een week oud zijn een minieme hoeveelheid gistocal aan het voer toevoegen om de botten beter te laten aansterken. Veel wijzigingen in het aangeboden voedsel als er jongen zijn, zijn af te raden. De oudervogels raken hierdoor licht uit hun evenwicht en mogelijk wordt de delicate balans van ouderzorg in gevangenschap verstoord.

Na twee weken miste ik een van de oudervogels. De andere zat op het nest. Na lang zoeken vond ik pa in dicht struikgewas onder het nest zittend op een van de jonge vogels die al op onderzoek was uitgegaan. De jonge vogel heb ik snel terug gezet en dat vonden zowel de oudervogels als ik een zeer geruststellende gedachte. De dagen nadien gingen de jonge vogels iedere dag op pad in het dichte struikgewas rondom het nest. 's Avonds zaten ze weer trouw in het rieten mandje. Het was erg mooi om in de avonduren als alle toerako's actief zijn, de jonge vogels te zien springen en fladderen van tak naar tak. Opvallend was dat ze steeds dicht bij elkaar bleven. Toen ze drie weken oud waren kwamen ze weinig meer terug op het nest en werd er overnacht in de struiken. In vergelijking met handopfok zijn de jongen bij natuurbroed veel slanker en peziger. Verder is opvallend hoe onopvallend en rustig de jongen zijn.

De jonge vogels worden nog lang gevoerd door de ouders. Het zijn echte bedelaars waarbij je niet weet of het nu gaat om het voer of om de aandacht. Een mix van beide denk ik.

Het duurt wel een half jaar voordat de vogels helemaal op kleur zijn. Dan zijn het grote, sterke vogels. Een lust voor het oog. Ze verdienen een grote volière zodat je de mooie rode vleugelslag kunt bewonderen.

Soms kan het nodig zijn jonge vogels met de hand op te kweken. Een goede temperatuur, hygiëne, en het handopfokvoer A21 van Nutribird, toe te dienen met een voerspuitje, en je komt een heel eind. Zijn de vogels 4 tot 5 dagen oud dan kun je al de T-16 korrel voeren, uiteraard op temperatuur en geweekt tot er geen harde bestanddelen meer voelbaar zijn. De vogels zijn verzot op deze korrels en groeien als kool.

Zie je dat de poten zich niet goed ontwikkelen dan is het goed om de vogels op gaas te houden voor de grip van de tenen. Bij afwijkingen kan het goed zijn de poten te tapen in de juiste stand en/of te plaatsen in een klein bakje waarbij de poten automatisch de goede stand aannemen. Vaak helpt dit. De poten groeien na een week best snel. Kun je in dit stadium afwijkingen voldoende corrigeren dan komt het vaak helemaal goed.

Hoewel ik al ruim tien jaar toerako's bezit en er, met ups en downs, mee kweek vind ik het nog steeds een wonder een jonge toerako te zien. Zo lelijk als de nacht, later een en al pracht. Je zou er bijna lyrisch van worden.

Wist U trouwens dat toerako's zeer verzot zijn op de kleur rood. Ik merkte dit jaren geleden toen ik de volière aan het verbouwen was en ze verwoed aan de plastic rode doppen van een trapje zaten te knagen. Daarna heb ik dit vaker uitgeprobeerd en rood is voor deze vogels echt onweerstandbaar.

Zo is er nog veel te leren over deze vogels.

De prachtige kleuren, de schittering in de zon, de rode vleugels in het groen, hun roep bij het vallen van de avond, ons kille landje verandert zo maar in exotisch Afrika.

Toerako's, fascinerende vogels !

Tjeu Kessels, Maasbree.


Video's