Cairina moschata

Carina moschata

Nederlands: muskuseend

Engels: Muscovy duck

Frans: Canard musqué d'Amérique

Duits: Moschusente 

Spaans: Pato criollo


Taxonomische status

Soort status: full species

Ondersoorten:   geen

TSN:     175246


Verspreidingsgebied

Permanente bewoning

Muskuseenden bevolken een groot gedeelte van Midden- en Zuid-Amerika. Hun verspreidingsgebied begint in het noorden in het zuidelijke deel van Mexico, bestrijkt verder geheel Midden-Amerika en het noordelijk en westelijk deel van Zuid-Amerika. In Zuid-Amerika wordt hun verspreidings-gebied begrensd door het Andesgebergte in het westen, door Zuidwest-Ecuador, Oost-Peru, Noord-Argentinië en noordelijk Uruguay in het zuiden.

Muskuseenden zijn resident in deze gebieden met enig rondtrekken in hun ver-spreidingsgebied tijdens de droge periode. Dit rondzwerven wordt veroorzaakt door het uitdrogen van poelen.


Beschrijving

Beide seksen zijn identiek wat kleur betreft. Kop, nek en het gehele lichaam zijn bruinzwart met groenglanzende vleugeldekveren en purperglans in de nek en op de borst. Woerden tonen een meer intense glans dan de eenden.

Ook de vleugels zijn zwart met uitzondering van de kleine onder- en bovendekveertjes die wit zijn. Deze witte veren zijn slechts zichtbaar in de vlucht. In rusttoestand zijn ze verborgen onder de grote dekveren en de flankveren.

De woerd heeft een kop- en nekkuif van min of meer gekroesde veren. Bij de eend is deze kuif rudimentair. De kuif ligt meestal aangesloten aan kop en nek maar is toch steeds min of meer zichtbaar door de vorm van de veren. Bij opwinding wordt de kuif rechtop gezet.

De snavel is zwart met een onregelmatige witte band in het midden en een roze snavelpunt met zwarte nagel. Aan de snavel basis is er een zwarte knobbel en de huid rond het oog is naakt en zwart met aan de randen enig rood, intensief tijdens het broedseizoen maar daarbuiten minder opgezwollen en minder opvallend. Bij de eend is de snavel knobbel afwezig terwijl de naakte huid rondom het oog miniem is. De poten zijn grijszwart.

Het verschil in grootte tussen woerd en eend is opvallend. Woerden zijn tweemaal zo groot als de eend. Het gemiddelde gewicht van een woerd bedraagt ongeveer 3 kg terwijl de eend slechts 1,2 kg weegt.

Juveniele vogels gelijken op volwassenen maar missen de intensieve glans terwijl de knobbel aan de snavel basis bij de woerden nog niet zichtbaar is. Het grootte verschil tussen woerd en eend manifesteert zich vrij vlug bij juveniele muskuseenden.

Kuikens van muskuseenden zijn fel geel en bruin getekend.


Biotoop en voedsel

In hun uitgestrekte verspreidingsgebied zijn de muskuseenden alleen te vinden in wel beboste tropische meren, lagunes, moerassen en langs traagstromende rivieren. In open vlaktes treft men ze nagenoeg niet aan. Tijdens het droge seizoen treft men ze sporadisch in brak water aan, wat normaal gemeden wordt.

Hun voedsel is zowel dierlijk als plantaardig. Allerlei planten worden gegeten, alsook de zaden ervan. Het dierlijk deel is ook zeer gevarieerd. Vis, reptielen, waterinsecten, weekdieren, enz. worden gegeten, met een speciale voorliefde voor termieten.

Op het land wordt er gegraasd terwijI in de ondiepe wateren veel wordt gegrondeld.


Gedrag

Muskuseenden zijn amper bestudeerd in de natuur, niettegenstaande hun weinig schuwe aard en hun reeds eeuwenlange domesticatie.

Bij de ontdekking van Amerika door Columbus op het einde van de I5de eeuw, werd reeds vermeld dat de inheemse bevolking eenden hield als huisdieren. Deze eenden, zo staat vermeld, waren zo groot als ganzen. De indiaanse bevolking ving kuikens en kweekte hen op in hun dorpen. De muskuseenden werden niet gegeten, maar werden als huisdier gehouden omdat ze grote hoeveelheden insecten opaten.

Ook nu nog worden in vele afgelegen dorpen van de oorspronkelijke bevolking van Amerika nog dikwijIs muskuseenden gehouden, zij het een mengeling van gedomesticeerde en wilde muskuseenden. En ook nu nog worden ze gehouden om de insecten te eten in en rondom de hutten.

Muskuseenden zijn niet erg vocaal. Woerden brengen slechts een hees gesis voort terwijl de eenden slechts een kort en zeer wak gekwaak voortbrengen. Buiten het broedseizoen zijn ze eerder zwijgzaam. Alleen tijdens het broedseizoen blazen en sissen de woerden soms hevig bij gevechten om een eend.

Deze eenden zijn vooral tijdens de morgen- en avonduren actief. Tijdens de dag roesten ze op takken in de bomen, meestal zeer hoog zodat ze een overzicht hebben op de omgeving. Dat roesten gebeurt vaak in groep terwijI toch zelden groepen worden waargenomen tijdens het foerageren.

Door de uitgestrektheid van hun verspreidingsgebied, dat tropisch en subtropisch is, wordt er het jaar rond gebroed. Het broedseizoen valt wel steeds samen met het regenseizoen en kan daardoor nogal eens variëren.

Muskuseenden zijn eigenlijk polygame vogels en vormen geen paren. De woerden blijven slechts bij de eenden voor de paring, die frequent gebeurt voor en tijdens de leg. De paring bij muskuseenden verloopt nogal brutaal en lijkt meer op een verkrachting. Vaak gebeurt een paring na onderlinge gevechten tussen woerden. Ook deze krachtmetingen zijn vaak erg hevig waarbij de veren in het rond vliegen.

De eenden zoeken als nestgelegenheid meestal een boomholte op vlakbij het water. Ook tussen takken van palmbomen wordt er genesteld en deze nesten bevinden zich vaak op grote hoogte. Zelden wordt op de grond tussen de vegetatie genesteld.

De nestgrootte bedraagt gemiddeld 10 eieren, die in 35 dagen worden uitgebroed. In het boek Natural History of (he Waterfowl van Frank Todd staat geschreven dat er weinig of geen dons aan de nesten wordt toegevoegd.


Statuut

Niettegenstaande het grote verspreidingsgebied van de muskuseend in Midden- en Zuid Amerika komt deze eend in vele streken schaars voor. Alleen in dun bevolkte streken komen ze meer voor. In meer bevolkte gebieden lijden ze reeds lange tijd onder overdreven vervolging en het roven van de eieren. Dit heeft zijn tol geëist. Een tweede niet te onderschatten oorzaak van de terugloop van hun aantallen zijn de gedomesticeerde muskuseenden die ervoor gezorgd hebben dat vele wilde muskuseenden 'besmet' geraakt zijn. Dit is te vergelijken met de wilde eend in West-Europa die door de gedomesticeerde tamme eenden uit parken en tuinen ook hun raszuiverheid voor een deel verloren hebben.  

Het kappen van het oerwoud, waardoor vele nestgelegenheden verdwenen zijn, heeft tenslotte ook bijgedragen tot het verdwijnen van deze eenden in bepaalde gebieden. Daartegenover staat dan weer dat er in Mexico nestkasten worden opgehangen, waardoor de populatie weer langzaam stijgt. Een ruwe schatting van het aantal loopt uiteen van 100.000 tot 1.000.000 mukuseenden. De uitgestrektheid van het gebied en sommige moeilijk toegankelijke streken rechtvaardigen deze raming. ( raming dateert van 2000) 

Wilde muskuseenden zijn slecht vertegenwoordigd bij watervogelliefhebbers. In Amerika stammen alle wilde muskuseenden afvan een geïmporteerd trio uit Engeland in de zeventiger jaren, die hun oorsprong hadden in de collectie van Jean Delacour in Clères, Frankrijk. Hier in Europa is het eveneens slecht gesteld met de wilde muskuseend. Sporadisch treft men een kleine aankondiging aan van deze eenden en het is dan steeds dezelfde liefbebber. Omwille van zijn grootte is deze eend minder geschikt voor een klein perk maar er zijn toch liefbebbers genoeg die over een grote oppervlakte beschikken en die deze zeldzaamheid zouden kunnen houden. Niet alleen kleurrijke eenden mogen populair zijn; ook alle andere zijn het waard om gehouden te worden.  

De gedomesticeerde muskuseend, niet tot de interessegroep van Aviornis behorend, verzwijgen zou dit artikel toch onvolledig maken.  

Wanneer de eerste muskuseenden Europa bereikt hebben, is niet juist meer te achterhalen; vast staat dat dit in de 16de eeuw was, maar of dit echte wilde of reeds min of meer gedomesticeerde vogels waren die door de indianen gehouden werden, is nog minder te achterhalen. Een feit is dat de zware gedomesticeerde muskuseenden vlug over de gehele wereld verspreid werden omdat het in de eerste plaats goede vleesleveranciers waren en omdat ze makkelijker op te kweken zijn dan de vele soorten gedomesticeerde vormen van de wilde eend. Niet alleen in Europa maar ook in Azië en Afrika komt de tamme muskuseend veelvuldig voor. Ook hybriden tussen gedomesticeerde vormen van wilde eenden en gedomesticeerde muskuseenden worden nog veel gefokt omdat deze een zeer goede vleeskwaliteit leveren en grote levers hebben.  

Verder schreef Jean Delacour in zijn vierdelig boek The Waterfowl ofthe World dat domesticatie van wilde muskuseenden vlug optreedt. Na 2 tot 3 generaties in gevangenschap zouden de woerden reeds grotere knobbels ontwikkelen. Gedomesticeerde muskuseenden komen in vele kleuren voor. Geheel wit, blauw, zwartbont, blauwbont, bruinbont, enz. Liefhebbers van gedomesticeerde muskuseenden kennen wellicht nog meer kleurvarianten.

 Literatuur: Aviornis nr.154


Bijzonderheden

Orde: Anseriformes

Familie: Anatidae

Genus: Cairina

Status in de natuur: voorkomend

Soort: roestende eend

WOERD

Eclipskleed: neen

Lengte: 66-84 cm

Geslachtsrijp: 1 jaar

Gewicht: 2 - 4 kg

EEND

Lengte: 66-84 cm

Geslachtsrijp: 1 jaar

Gewicht: 1,1 - 1,5 kg

Legperiode: april

Broedgewoonte: holenbroeder

vlieggat: ±20 cm

Ei

Afm. bxh (mm x mm): 64 x 46

Kleur: witte, lichtgrijs, lichtgroen

Textuur: glad

Aantal/nest: 8-15

Broedduur: 35 d

nalegsel: mogelijk

Vliegvlug: 60 à 70 dagen

Klimaat: zijn vorstgevoelig

Ringmaat: woerd16; eend14

Cites vogel: neen

Europese vogel: neen


Kweekverslag

Kweekverslag Tom De Graeve

Mijn eerste ontmoeting met de muskuseend dateert van de zomer van 1985, in het park van de Waterfowl Trust in Slimbridge. Ik was onmiddellijk gecharmeerd door enkel kanjers van eenden die lagen te slapen rond een vijvertje. Als kind had ik tamme barbaries (op)gekweekt en de ontmoeting met de wildvom gaf mij een gevoel van 'aha van daar komen die barbaries dus vandaan'.

In de vele jaren daarna groeide mijn collectie watervogels geleidelijk, maar de muskuseend kwam ik nooit ergens tegen. In 2010-2011 hoorde ik dat er muskuseenden waren ingevoerd vanuit Engeland (Slimbridge). Ik informeerde hier en daar maar vond niet direct iets. Tot ik eind 2012 een bevriende handelaar uit Duffel aansprak die zei dat hij wel via via aan een koppel kon geraken.

Het duurde nog tot februari 2013 voor ik ze ook effectief kon gaan afhalen, op de terugweg van de algemene vergadering van Aviornis. Het ging om een tweejarige haan met Nederlandse roots en een ongeringde hen die uit Slimbridge kwam en 2012 als geboortejaar zou hebben (met een ongeringd exemplaar weet je dat natuurlijk nooit zeker).

Het waren (en zijn) forse vogels (groter dan ik mij herinnerde) met een merkelijk verschil in grootte tussen haan en hen. In tegenstelling tot tamme exemplaren hebben ze amper rood aan hun kop en is hun verenkleed volledig zwart (ze hebben witte vlekken op hun vleugels, maar in rust zijn deze meestal niet te zien); als de zon schijnt geeft het zwart een metalen glans. Ook al zijn ze zeker op het land wat log, toch zijn ze door hun grootte en hun volledig zwarte verenkleed een vrij opmerkelijke verschijning.

De muskuseenden werden gehuisvest in een perk van ongeveer 300m², met een vijver van 80 m², waar ze in gezelschap waren van een aantal eendensoorten en een koppel Coscorobazwanen.  Al na  enkele dagen zag ik dat ze niet bij de vijver durfden komen omdat de Coscoroba's hen verjaagden.  Vermoedelijk zien deze hen als 'ganzen' wegens hun grootte en worden ze daarom weggejaagd, want tegenover andere eenden zijn ze volledig verdraagzaam.

Ik bracht ze daarom naar het aanpalend perk van ongeveer 450m², met een vijver van ruim 50m².  dit bestaat deels uit gras, deels uit een  geboomte met enkele struiken. Hun gezelschap bestond uit Europese brilduikers, tafeleenden en kuifeenden, mandarijneenden, manenganzen, Indische vlekbekeenden jen Hawaiïeenden; later werden daar ook nog goudoog-, kol- en roodhalsganzen aan toegevoegd om het geruzie in mijn ganzenperken wat te verminderen.

Wat mij opviel was dat de muskuseenden gek zijn lundi-korrels waarvan ik dagelijks een beperkte hoeveelheid  op de vijver werp voor de brilduikers.

Met al deze soorten gaf het samenleven geen enkel probleem. Ik heb nooit tekenen van agressie gezien, noch van de muskuseenden naar de anderen, nog omgekeerd. Vrij snel (al na een tweetal weken) merkten we ook op dat ze geregeld paarden. In tegenstelling tot wat je daarover soms leest, ging het niet om een halve verkrachting. Het ging er daarentegen heel zacht én langdurig aan toe. Gezien het koude weer begin 2013 maar bleef aanslepen verwachtte ik nog niet direct dat ze met een nest zouden beginnen. Ik had trouwens ook niet direct een gepaste nestkast. De klassieke betonnen blokken zijn véél te klein voor deze kanjers.

In de tweede helft van maart stelde ik bij toeval vast dat er een vijftal eieren gelegd waren in een plastic ton  (ongeveer 60 cm diep en 30 cm doormeter )naast een buxusstruik. Deze ton zit een beetje in de grond en is gevuld met half vergane bladeren en aarde. De eieren waren groter dan ik van de andere eendensoorten kon verwachten, dus deze waren vermoedelijk van de muskuseend, die niet op een nestkast had willen wachten. We hopen allemaal op snelle kweeksuccessen , maar dit was wel héél snel: al drie weken na aankomst waren ze aan het leggen !

Gezien het 's nachts nog vroor, werden deze eieren vervangen door kunsteieren en ik voegde ook wat hooi aan het nest toe. De daaropvolgende dagen werd bijna dagelijks een ei gelegd, altijd 's morgens heel vroeg. Deze werden systematisch weggenomen om kapotvriezen te verkomen (er bleven we een zes of zeven kunsteieren in het nest liggen). Tegen einde maart had ik zo een 14-tal eieren en besloot ik om de acht oudste in de broekast te leggen. De eend zelf begon de dag daarna dons te trekken, waarna ik de overblijvende zes eieren opnieuw in de ton legde.  Broeden was er die dag nog niet bij, dus mogelijks kwam er nog een ei. Ik had dus acht eieren in de broedkast en 7 of 8 onder moeder eend.

De eend broedde voorbeeldig. Twee keer per dag zag ik haar kort van het nest komen om te eten en zich te wassen. De eieren werden daarbij goed afgedekt met dons. Het is trouwens opvallen hoeveel dons ze getrokken had. Als ze zat te broeden, zag je haar niet zitten, het dons puilde bijna uit de ton. De haan hield meestal trouw de wacht in de buurt van het nest, en was altijd present als de hen het nest verliet.

Nu was het in spanning afwachten of er ook iets uit de eieren zou komen. Ik had al hier en daar vernomen (o.m. op het forum) dat er dikwijl veel onbevruchte eieren zijn en dus meestal weinig of geen jongen. Als dit inderdaad een algemeen fenomeen is, komt dit misschien voort uit het feit dat alle of de meeste muskuseenden in West-Europa afstammen van een groepje dat ooit in Slimbridge is ingevoerd vanuit Zuid-Amerika, en dat er dus allicht een grote mate van inteelt speelt.

Muskuseenden broeden 35 dagen, wat héél lang is voor een eend. De eieren in de broedkast werden na ruim twee weken geschouwd en het zag er niet goed uit: slechts twee waren waarschijnlijk bevrucht, de andere zes waren helder (vermoedelijk was de kiem van de eerst gelegde eieren afgestorven door  de vriestemperaturen). De andere twee zagen er bevrucht uit maar kwamen uiteindelijk toch niet uit (temperatuurschommelingen in de broedmachine ? teveel afkoeling door een electriciteitspanne die enkel uren duurde ? andere oorzaak ?).

Moeder eend had meer succes: het aanpikken had ik uitgerekend voor 6 of 7 mei. Op 7 mei stelde ik vast dat ze 's avonds op haar normale uur het nest niet verliet om te eten. Ook vader muskus ging geregeld zijn kop eens binnensteken in  de ton. Op 8 mei was het dan effectief zo ver. Toen ik mijn ochtendtoer deed, kwam moeder muskus juist buiten.  Ik stak mijn hand in de ton en voelde een kuiken.  Toen ik mij terugtrok ging moeder snel terug naar haar nest. Ik ging rap de rest van mijn vogels verzorgen en keerde terug met een emmer. Ik kon moeder eend gemakkelijk van het nest halen en de jongen -het waren er vijf- werden in de emmer gezet, waarna ik het gezin verhuisde naar de opfokruimte van ongeveer 5m² in mijn serre. Er waren dus nog drie eieren die niet bevrucht of afgestorven waren.

Alles samen had ik dus 5 jongen van 16 eieren. Gezien een aantal eieren vermoedelijk van de vorst te lijden hadden, en gezien ik de eenden pas goed twee maanden had , mag ik zeker niet klagen.

De opfok van de jongen verliep vlot. De eerste 10 dagen zaten ze in de opfokruimte, voorzien van een plantenschaal met water, korrels en opfokkruimels. Na 4 dagen werden de jongen geleewiekt en na 10 dagen verhuisden moeder en kinderen naar de 'crèche' (een aantal opsplitsbare perken met draadpanelen die met een net overspannen zijn en moet vermijden dat al mijn jongen in ekster- en kraaienvoer veranderen). Hier hadden ze de beschikking over een ruimte van ongeveer 8m²).

Wat mij opviel in de gesloten opfokruimte, was dat de eend, telkens als ik kwam voederen, een fel ruikende straal uitwerpselen produceerde. Verschillende eendensoorten doen dit als je hen op het nest stoort, omdat de felle geur de eieren onaantrekkelijk moet maken voor rovers, maar de muskuseend doet dit blijkbaar ook nog dagen nadat de jongen al uitgekomen zijn. Ligt deze scherpe geurstof aan de basis van de naam ?

Na goed twee weken kon je, als je goed keek, al kleine grootteverschillen vaststellen. Na drie weken was dit al duidelijker:  het waren drie hanen en twee hennen.  Om plaats te maken in de crêche werden ze naar een afgezet stuk van het perk gebracht waar ze normaal zitten, in gezelschap van de haan muskuseend. Na een passionele begroeting hield de haan steeds trouw de wacht bij moeder en kroost.  Op dag 25 na hun geboorte werden ze geringd met 14- en 16 mm-ringen.  Voor volwassen hanen is dit net gepast en is 18 mm allicht wenselijker, maar die had ik niet ter beschikking.

Enkele dagen later werd de afscheiding met de rest van het perk weggenomen.  Ook met jongen gaf de omgang met de andere eenden geen enkel probleem. De muskuseenden bleven uitzonderlijk verdraagzaam.

Het inpluimen begon tegen half juni. Tegen begin juli zaten ze volledig in de pluimen en waren ze zowat driekwart van de grootte van de oudervogels.

In deze periode stelde ik ook vast dat de jongen zich steeds minder in de onmiddellijke nabijheid van hun ouders bevonden én dat deze laatste opnieuw geregeld paarden. Rond 20 juni werd dan ook een eerste ei gelegd, nu in een omgekeerde halve ton. Vandaag, 3 juli, is ze beginnen broeden op haar tweede nest.

Samengevat: de muskuseend is een zeldzame maar ook opmerkelijke verschijning en is superverdraagzaam. In heel kleine perken komen ze  door hun grootte waarschijnlijk minder tot hun recht, maar voor wie voldoende plaats heeft is dit een echte aanrader.

Nog een weetje als afsluiter: de wetenschappelijk naam is Cairina moschata; het eerste stuk verwijst naar Caïro, het tweede naar muskus, dus betekent de naam zoiets als 'muskusachtige uit Caïro'. Wat natuurlijk niet klopt want ze komen uit Zuid-Amerika. Net zoals de kalkoen trouwens, waarvan zowel de Nederlandse ('hoen van Calcutta') als de Engelse (Turkey) naam een foutieve geografische verwijzing bevatten.