Aythya novaeseelandiae

Aythya novaeseelandiae

Nederlands: Nieuw-Zeelandse toppereend

Engels: New-Zealand

Frans: Fuligule nyroca de Nouvelle-Zélande

Duits: Neuseeland-Tauchente

Spaans: El porrón de Nueva Zelanda


Taxonomische status

Soort status:full species 

Ondersoorten:heeft geen ondersoorten   


Verspreidingsgebied en ondersoorten

Nieuw-Zeeland


Beschrijving

De woerd is donkerbruin/zwart van kleur heeft gele ogen en een donkergroen hoofd. Het vrouwtje lijkt sterk op de woerd, maar heeft geen gele ogen en tijdens het broedseizoen heeft zij een witte vlek op het hoofd (afwezig bij de woerden). In vlucht kan men op elke vleugel een witte lijn waarnemen bij beide geslachten.


Biotoop en voedsel

De Nieuw-Zeelandse topper kan 20 tot 30 seconden onder water blijven en tot 3 meter diep kan gaan. Op deze diepte zoekt hij naar watervegetatie, kleine vissen, waterslakken, weekdieren, schaaldieren en insecten. Hij wordt regelmatig gezien in de buurt van meerkoeten.


Gedrag

Deze toppereend is gemakkelijk te houden, zowel in een apart als een gemeenschappelijk perk. Zorg alleszins voor een niet te kleine vijver en stromend water.


Statuut

Aantal is veilig


Bijzonderheden

Orde: Ansiformes

Familie: Aythya

Genus: Netta

Status in de natuur: voorkomend

Soort: duikeend

WOERD

Eclipskleed: neen

Lengte: 40-46 cm

Geslachtsrijp: 1 jaar

EEND

Lengte: 40-46 cm

Geslachtsrijp: 1 jaar

Legperiode: april

Broedgewoonte: grond-holenbroeder

Ei

Afm. bxh (mm x mm): 61 x 41 mm

Kleur: crémewit, donkercréme, bruine of donker- olijfgroen

Textuur: glad

Aantal/nest: 6

Broedduur: 26-28

nalegsel: mogelijk

Vliegvlug: 10-11 weken

Klimaat:/

Ringmaat:

Cites vogel: neen

Europese vogel: neen


Kweekverslag

Mijn ervaring met Nieuw-zeelandse toppereenden

Door René Verbist

Naar mijn gevoel is het belangrijk dat elke watervogelcollectie naast populaire ook minder populaire ( in beschermd milieu minder gehouden) soorten bevat. Vaak komen zulke soorten ook in de natuur in minder grote aantallen voor en zijn ze dus kwetsbaar of bedreigd.

Ik bezit een gevarieerde watervogelcollectie. Ze bestaat uit zowel kwetsbare als andere soorten, uit zowel kleinere als groter soorten en uit zowel kleurrijke als minder kleurrijke soorten. Iedere soort gedraagt zich anders en laat een verschillend, specifiek geluid horen. Toch geeft dit een rustgevend en mooi geheel. Op een ruilbeurs in 2010 trok de Nieuw-Zeelandse toppereend mijn aandacht. Ik schafte een paartje aan en plaatste het op een grote vijver met allerlei andere soorten. Omdat dit duo ook in de broedtijd zeer verdraagzaam was, veronderstel ik dat dit duo op een minder grote waterplas zo zal zijn, wat evenwel niet belet dat andere soorten er agressief naar kunnen uitvallen ! Agressiviteit en zachtaardigheid zijn meestal soortgebonden, maar er zijn altijd uitzonderingen. De grootte van de waterplas kan wel een positieve invloed hebben, want op een grote vijver kunnen de paartjes elkaar bij conflicten beter ontwijken. Toch moet een liefhebber/kweker steeds waakzaam blijven, vooral tijdens de kweekperiode.

Eind mei 2011 begon het eenjarige Nieuw-Zeelandse toppereendje te leggen in een ingegraven plastic emmer. De emmer was 40 cm diep en het deksel had een diameter van 35 cm. In de zijkant van de emmer had ik op 20 cm boven de bodem een gat met een diameter van 12 cm gemaakt. De emmer had ik tot aan dit gat ingegraven en voor het gat had ik een buis met een lengte van 40 cm en een diameter van 20 cm gelegd. De bodem van het nest had ik met plus min 3 cm aarde bedekt en daar bovenop had ik wat hooi gelegd. Het vrouwtje legde 6 crèmekleurige, vrij grote eieren en opvallend lange eieren en begon toen te broeden, maar na 10 dagen liet ze haar eieren in de steek. Ik had dit echter te laat gezien ! Toen ik nadien de koude (!) eieren doorlichtte, zag ik dat 1 ei niet bevrucht was en dat de andere eieren afgestorven waren.

Eind juni begon het vrouwtje opnieuw te leggen. Dit keer legde ze zeven eieren. Twee ervan waren niet bevrucht. De laatste 2 à 3 broeddagen bracht ik de eieren naar de broedmachine. Het zou namelijk onbegonnen werk zijn om deze duikeendenkuikens onder hun moeder te laten uitkomen en ze nadien op de grote vijver te vangen om ze te ringen en te leewieken.

Na uitkomst bracht ik de kuikens naar een opkweekbakje en zette ze onder een infrarode lamp. Het viel mij op dat ze, vergeleken met de kuikens van andere soorten, traag groeiden. Soorten die minder snel groeien houd ik langer onder de lamp en ik ben ook wat voorzichtiger met zwemwater geven. Maar voor de rest breng ik ze op dezelfde manier groot als alle andere eendensoorten.

Alle jongen zijn uitgegroeid tot prachtige en sterke volwassen eenden. Nieuw-Zeelandse toppereenden leggen en bevruchten dus al op éénjarige leeftijd.


Video's