Inleiding

Het genus oorfazanten ( Crossoptilon ) bestaat uit 4 soorten, waarvan 3 soorten op de IUCN Rode Lijst van Bedreigde soorten vermeld staan met een verhoogde bedreigingsstatus:

oorfazant.PNG

De meest bedreigde soort betreft de bruine oorfazantmet de status “Vulnerable. 

A taxon is Vulnerable when the best available evidence indicates that it is facing a high risk of extinction in the wild. 

Veldonderzoek heeft duidelijk gemaakt dat het aantal bruine oorfazanten in het natuurlijk leefgebied in Noordoost China dramatisch aan het afnemen is.(ref: BirdLife International (2001) Threatened Birds of Asia The BirdLife International Red Data Book ) 

Op aanraden van de Galliformes TAG (Taxon Advisory Group) van EAZA (European Association of Zoos and Aquaria) wordt deze soort sinds kort als prioritair beschouwd, en wordt aan dedeelnemende dierentuinen aanbevolen om bruine oorfazanten terug op te nemen in hun collecties en om met de soort te fokken. 

Tijdens een bijeenkomst van de ECBG te Favières (Baie du Somme) in oktober 2015is de idee ontstaan dat ook wij privé-kwekers in onze collecties tenminste een aantal volières ter beschikking zouden houden voor deze en andere bedreigde soorten. Wij hebben immers een enorm potentieel aan ervaring in het houden en kweken van fazanten. Sinds de eeuwwisseling hebben we ook al heel wat ervaring opgedaan rond stamboekwerking en zijnwe er ook in geslaagd om moderne DNA technologie in te schakelen ter ondersteuning van de projecten. ( TragopanenTR-programma, Edwards-fazant project). 

Zo is in de loop van 2016 de idee ontstaan om ook voor de oorfazanten een werkgroep in het leven te roepen, waarbij we in de eerste plaats onze aandacht willen richten op de bruine oorfazant. De ervaring leert dat het oprichten van een werkgroep rond een dergelijke soortengroep, meestal de interesse bij onze liefhebbers doet toenemen.

Doelstellingen 

  1. Inventarisatie van de nog aanwezige vogels in avicultuur en informatie inwinnen over de afstamming. 
  2. Opstarten van een wetenschappelijk onderzoek : 

-  grondig literatuuronderzoek 

- morfologisch balgenonderzoek 

- fenotypische vergelijking maken van populatie ‘ex situ’ met populatie ‘in situ’ 

3. Evaluatie van de ‘ex-situ’ populatie 

- zo nodig aanwenden van DNA technologie 

4. Opstarten van een gericht fokprogramma met de beschikbare bloedlijnen, met als doel om een duurzame ‘ex-situ’ populatie op te bouwen en in stand te houden. 

5. Een stamboek opzetten en adviezen geven bij het samenstellen van nieuwe fokparen. Het is de bedoeling om de stamboekvogels van speciale ringen te voorzien. 

6. Samenwerking aangaan met ECBG – WPA , EAZA en kweekcentra in China.  

Via de talrijke werkgroepen (Tragopanen, kamhoenders, kraagfazanten) hebben we reeds bewezen dat we goed kunnen samenwerken met organisaties zoals Aviornis en WPA-ECBG over de grenzen heen, waarbij we elkaar versterken in het uitvoeren van een aantal gemeenschappelijke doelstellingen. Met deze werkgroep willen we een stapje verder gaan en willen we dus ook samenwerking zoeken met de Europese dierentuinen alsook met kweekcentra in China.