Jachwet

Er zijn twee verschillende interpretaties bij de jachtwet.

1. De letter van de wet zoals die gemaakt werd ter controle van de jacht.

Vrij te houden zijn in principe alle vogels die vermeld worden in de jachtwet en vallen ze onder die regelgeving. Europees gezien is het ook zo dat een vogel die in een andere lidstaat bejaagbaar is, bij ons ook vrij te houden is.

Het deel uit de tekst dat voor ons van belang is:

Hoofdstuk VIII- Vervoer en handel in wild.

Art 26. In het gehele of een gedeelte van het grondgebied van het Gewest is het verboden grof wild, klein wild, waterwild en de door de Vlaamse Executieve aangewezen soorten van het overig wild levend of dood te vervoeren of in de handel te brengen, behalve vanaf de opening tot en met de tiende dag volgend op de sluiting van de jacht op dit wild.

Het verbod van het eerste lid slaat niet op wildpreparaten met bedoelde wildsoorten, wanneer het wild dat er in is verwerkt volledig onherkenbaar is.

  • De Vlaamse Executieve kan jaarlijks bepalen dat het vervoeren of het in de handel brengen van levend of dood wild eveneens verboden is of alleen onder door haar te stellen voorwaarden geoorloofd is in de periode vanaf de opening tot en met de tiende dag volgend op de sluiting van de jacht op dit wild.
  • Wanneer de jacht in een beperkt gebied geopend is, kan de Vlaamse Executieve tijdens de betrokken periode machtiging verlenen tot het vervoer van geschoten wild en de voorwaarden bepalen waaronder dit vervoer mag geschieden.
  • De Vlaamse Executieve kan eveneens de voorwaarden bepalen waaronder het vervoer en de handel van wildsoorten of delen van wildsoorten waarvoor zij een afschotplan gesteld heeft, mogen plaatshebben.
  • Het is eveneens verboden aan handelaars in eetwaren, traiteurs en restaurateurs het in het eerste lid genoemde wild bij zich te houden, zelfs buiten hun woning, en het is aan iedereen verboden de genoemde wildsoorten te verbergen of bij zich te houden voor rekening van handelaars of trafikanten.
  • Onder de door de Vlaamse Executieve voorgeschreven voorwaarden en het door haar geregelde toezicht, is het vervoer, de opslag en de handel van diepgevroren wild geoorloofd buiten de periode vanaf de opening tot en met de tiende dag volgend op de sluiting van de jacht op dit wild.
  • Elke overtreding van de bepalingen van dit artikel wordt gestraft met een geldboete van vijftig frank tot honderd frank.

Art. 27 Het wild mag alleen worden opgespoord en in beslag genomen bij handelaars in eetwaren of wild, in eetgelegenheden, op openbare plaatsen en in openbare voertuigen. In andere plaatsen mag het opsporen en in beslag nemen alleen dan geschieden, indien het wild er geplaatst is om in de handel te worden gebracht. Het in beslag genomen wild wordt door de verbalisanten tegen bewijs van ontvangst onmiddellijk ter beschikking gesteld van het dichtsbij gelegen Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn.

Art 28 Het vervoer van het in artikel 26, eerste lid, bedoelde levend wild en van de in artikel 35, bedoelde eieren, kan in gesloten jachttijd door de Vlaamse Executieve worden toegestaan onder de voorwaarden die zij voorschrijft.

Art 29 Het is ten allen tijde en overal verboden wild uit te zetten. De Vlaamse Executieve kan hierop met het oog op het behoud van wildsoorten, uitzonderingen toestaan na advies te hebben ingewonnen van de Vlaamse Hoge Jachtraad, de Vlaamse Hoge Raad voor Natuurbehoud en de in artikel 10, derde lid, van het koninklijk besluit van 15 september 1921 tot inrichting van de officiële vertegenwoordiging van de landbouw, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 12 april 1977, bedoelde gewestelijke sectie van de Nationale Landbouwraad. In voorkomend geval stelt zij regels op met betrekking tot het aantal en de soorten wild, alsook met betrekking tot de terreinen.

Nadeel is dat onze vogels ook onder de beperkingen van deze wet vallen.

Moeilijkste punt daarbij is dat die vogels enkel vervoerd mogen worden op het moment dat de jacht op die vogel opengesteld is, plus tien dagen. De overheid bepaalt jaarlijks, aan de hand van het voorkomen van dat wild, of de jacht wel of niet open gaat.

Dus als de jacht voor een bepaalde vogel niet open gaat (omdat er bijvoorbeeld niet genoeg van zijn), mag je die vogel dat jaar niet vervoeren.

De vogels waar de jacht dat jaar wel voor open gaat, mogen buiten de datums (Jachttermijn+10dagen) niet worden vervoerd.

Welke soorten open gaan kan elk jaar wijzigen.


2. Een andere interpretatie is dat de vogels die uit onze liefhebberij komen geen jachtwild zijn.

Dit betekent als argument in uw voordeel misschien deze vogels ook ringen, wat eigenlijk niet verplicht is, maar wel door ons aangeraden. Afhankelijk van de verantwoordelijke aanvaardt men deze vogels als hobbymatig bij transport, ook buiten de openingstijden van de jacht.

Aantal vogels, elementen in het voertuig die naar jachtgebeuren verwijzen enz spelen bij controle een belangrijke rol.

Als je aannemelijk kan aantonen dat je niet op weg bent om vogels op een jachtterrein uit te gaan zetten, of te verkopen aan een restaurant enz zal elk redelijk ambtenaar begrip tonen.

Er is een merkelijk verschil tussen het vervoer naar een andere liefhebber, beurs of vogelopkoper,... dan wanneer je een reeks vogels wil gaan uitzetten op een jachtterrein.

Als je op moment van controle je modderlaarzen en jagershoedje in de wagen hebt, zou het wel eens fout kunnen aflopen. Ook alleen jachtvogels bij zich hebben is een duiding. Normaal hebben wij ook nog wel een paar andere soorten bij als we de vogels vervoeren.

In de jachtwet gaat het om volgende soorten: (er zijn ook soorten die onder europees jachtwild vallen).

Hoenders: Bosfazant (Phasianus colchicus), korhoenders (Lyrurus tetrix), patrijzen (Perdix perdix)
Waterwild: wilde eenden (Anas platyrhynchus), krakeenden (Anas strepera), slobeenden (Anas clypeata), kuifeenden (Aythya fuligula), tafeleenden (Aythya ferina), pijlstaarten (Anas acuta), wintertalingen (Anas crecca), smienten (Anas penelope), grauwe ganzen (Anser anser), rietganzen (Anser fabalis), watersnippen (Gallinago gallinago), meerkoeten (Fulica atra), toppereenden (Aythya marila), kolganzen (Anser albifrons), kleine rietganzen (Anser brachyrhynchus), Canadaganzen (Branta canadensis), waterhoenen (Gallinula chloropus), kieviten (Vanellus vanellus), zomertalingen (Anas querquedula), bokjes (Lymnocryptes minimus), goudplevieren (Pluvialis apricaria)
Overig wild: houtduiven (Columba palumbus) 

Bij het aanpassen van deze wet in 1991 heeft de wetgever nog niet voorzien dat wij soorten van deze vogels nu gewoon voor de hobby fokken. Mogelijks komt er ooit een aanpassing van deze wet in dit daglicht. Als Aviornis ijveren we al lang om dit te bekomen. De jagers zelf schijnen ook geen problemen te hebben met aanpassing in deze richting.

Hierdoor zou deze wet mooi aansluiten bij een algemene vogelwet, die zegt dat correct gemerkte vogels in orde zijn. Hoe men het gaat oplossen bij bijvoorbeeld de zomertaling, die ook een CITES vogel is, blijft nog een raadsel.