Gallus gallus murghi

Nederlands: Indisch rood kamhoen

Engels: Indian Red Junglefowl

Frans:

Duits:

Spaans:

Italiaans: gallo dorato di giungla indiando

 


Taxonomische status:

 Soort status:  subspecies

Ondersoorten: is een ondersoort van Gallus gallus gallus (rood kamhoen)

TSN: 678004


Verspreidingsgebied

tok.PNG

Gallus gallus murghi (Robinson & Kloss, 1920)) in Noord-Pakistan, Noord- en Noordoost India, Nepal en Bangladesh

 

 


Beschrijving

Deze ondersoort staat iets lager op de poten. Het halsbehang van de haan is bovenaan rood, wordt naar onder geler en is op de schouders oranje. Hij lijkt iets lichter van kleur dan bovenstaande. De borstelveren van de stuit bestaan uit heel fijne, kam-en oorlellen met een meer witte waas dan de twee voorgaande. De henis lichter van kleur dan de Tokinees en Birmaans rode kamhoender.


Biotoop en voedsel

Wilde kamhoenders leven in de warme streken van Zuidoost-Azië, zowel in het laagland alsmede in de middengebergte. De dieren leven in verschillende biotopen, vanaf zeeniveau tot op een hoogte van 1.800 m. Ze komen voor in de vochtige oorspronkelijke oerbossen, in bamboebossen, in de jonge bossen in de buurt van de civilisatie, alsmede in het droge dorre struikgewas. Het meest belangrijke is dat de dieren voldoende dekking kunnen vinden.

Rode kamhoenders hebben van de vier soorten het grootste verspreidingsgebied. Ze komen zowel voor in de tropische jungle, bamboebossen, alsmede in de uitlopers van de Himalaya. Eveneens komen ze voor rondom de rijstvelden en de civilisatie.

Opmerkelijk is dat de rode kamhoenders ook zijn te vinden in de Sundarbans. De Sundarbans ofwel mangrovewouden in West-Bengal is de estuaria fase van de Ganges alsmede de Brahmaputra rivier. De rode kamhoenders leven in dit deltagebied enkel daar waar voldoende instroom van zoet water is vanuit het binnenland, met name aan de landzijde. Ook is er natuurlijk het regenwater dat in (soms tijdelijke) plassen bewaard blijft. Daarnaast zijn er door natuurbeheerders een aantal drinkpoelen gegraven.

Voeding in het wild: Wilde kamhoenders kennen een gevarieerd voedselpatroon. Zo eten ze diverse soorten graszaden, bamboezaden, maar ondermeer ook zaden van Trichosanthes, Rubus, Carissa, Shorea, bessen, vruchten (o.a. Euphorbiaceae, Vitex pubescens en Streblus cispen), kleine blaadjes en knoppen. In de buurt van de civilisatie doen ze zich ook veelvuldig tegoed aan rijstzaden (Oryza), mais, bonen en tapiocaknollen (Maniok). Ook eten ze diverse soorten insecten zoals kevers, sprinkhanen, mieren, termieten (evenals termieteneieren), larven en rupsen, maar ook andere geleedpotigen als spinnen. Eveneens staan wormen, en kleine hagedissen op het menu.

Voeding in gevangenschap: De in de handel zijnde commerciële voeders (pellets) voor fazanten en / of kippen voldoen goed. Echter, het is aan te bevelen om wilde kamhoenders te voeren met speciaal voor fazanten ontwikkeld voer. Dit voer is immers afgestemd op de specifieke behoefte van fazantachtigen. De behoefte van wilde hoenderachtigen aan eiwitten, vitaminen en mineralen blijkt namelijk hoger te liggen dan bij legkippen. Het is dan ook aan te bevelen om de wilde kamhoenders te voeren met speciaal voor fazanten ontwikkeld voer.

Naast pellets kan men de dieren een graanmengsel en groenvoer, zoals groente en fruit, bijvoeren. De dierlijke eiwitten zouden kunnen worden aangevuld met meelwormen. Het bijvoeren van de dieren is nuttig omdat de dieren hierdoor een groter scala aan voedingselementen krijgen aangeboden. Echter, uiteraard geldt bijvoeren met mate! Te veel aan bijvoer zal leiden tot een onevenwichtige voeding, met alle gevolgen van dien.

Naast pellets en bijvoer is ook grit en maagkiezel van belang. Grit is een belangrijke leverancier van de benodigde mineralen, met name kalk. Maagkiezel hebben de dieren nodig voor het vermalen van het voer. Kamhoenders hebben immers geen tanden. Het vermalen van het voer vindt in de spiermaag plaats.

De kuikens van de wilde kamhoenders dienen te worden gevoerd met opfokmeel, althans de eerste weken (duur afhankelijk van de voedingsfabrikant). Daarna kan men overgaan op opfokpellets. Ook hier geldt dat men het best kan kiezen voor voer dat speciaal voor fazantachtige is ontwikkeld. Het is aan te bevelen om de kuikens bij te voeren met meelwormen. Dit is gunstig omdat de kuikens tijdens de groeifase extra eiwitten nodig hebben voor de opbouw van hun lichaam.

 


Gedrag

De dieren zijn altijd schuw en voortdurend op hun hoede. Zelfs in de buurt van menselijke nederzettingen, zoals bij de heilige tempels. Alhoewel de dieren zich meestal verbergen, geven ze er de voorkeur aan om aan de buitenranden van de bosschages te foerageren. Met name in de vroege morgen en in de avond zijn de dieren te vinden op ontgonnen terrein en op open plekken in het bos.

De dieren leven het grootste deel van het jaar in kleine groepjes en / of in familieverband. Gedurende het broedseizoen zonderen de sterke hanen zich met één of meerdere hennen af. De jonge hanen leven dan afzonderlijk in groepjes van 2 of 3 hanen.

Om hun territorium aan te duiden, kennen de hanen van alle 4 de soorten een karakteristieke kraai. De kraai van het rode kamhoen lijkt op die van het gedomesticeerde hoen, maar is kort en wordt abrupt afgebroken: kukeleku. De kraai van het groene Javahoen is schor en klinkt als chaw-aw-awk. De kraai van het Sonnerathoen bestaat, net zoals bij het rode kamhoen, uit een enkele kraai met 4 samengestelde noten. De duur is ongeveer gelijk als bij het rode kamhoen en klinkt als ah ahah ah ah. De kraai van het Lafayettehoen klinkt als george joyce.

 


Statuut


Ziekten

Ziekten die voortkomen uit huisvestingsproblemen, voedingsproblemen en infecties zijn talrijk. Het is van groot belang om de samenhang van huisvesting, verzorging, voeding, hygiëne en ziektepreventie te kennen. Al deze genoemde aspecten dragen bij aan een goede gezondheid en aan het welzijn van de kamhoenders. Overigens verschillen wilde kamhoenders als het gaat om ziekten, niet of nauwelijks van huishoenders.

Een goede gezondheid begint dus met een goede huisvesting, een goede verzorging, de juiste voeding en met hygiëne. Daarnaast kunnen een aantal ziekten worden voorkomen door het hanteren van een goed ziektepreventieschema. Door de EJFG wordt het volgende schema gehanteerd:

ZiekteProductFrequentie

Marek HVT-vaccin Eénmalig (eerste levensdag)

Cocidiose Opfokvoer met anti-coccidiosemiddel Eén keer mestonderzoek (twee tot vier weken na overschakeling op voer zonder anti-coccidiosemiddel)

Chicken anemie virus CAV-vaccin Eénmalig (tijdens de jeugd)

Wormen Flubenol (uitsluitend ontwormen bij vaststelling van besmetting) Eén keer mestonderzoek bij jonge dieren tijdens de opfok en tweemaal per jaar mestonderzoek bij alle dieren

Pseudo vogelpest Voorenten met Clone 30 en vier weken later de dieren inenten met La Sota Eén keer per jaar (jonge en

 


Kweken

Wilde kamhoenders broeden, als ze daartoe de mogelijkheid krijgen, gemakkelijk zelf. In gevangenschap worden toch ook zeer dikwijls wilde kamhoenders in de broedmachine geboren. Hierbij geldt dat men de voor fazantachtige gebruikelijke broedparameters dient te hanteren.

De opfok van de jonge kuikens gaat vrij gemakkelijk, tenminste als men niet met ziekten te maken krijgt. Vooral de eerste maanden kunnen courante ziekten of parasieten zoals ondermeer coccidiose voor een grote uitval zorgen. Goede voeding, goede hygiëne en ziektepreventie zijn dan ook van groot belang

Wilde kamhoenders worden geboren met duidelijk zichtbare vleugelpennen. Bij natuurbroed gebeurt het dan ook vaak dat de hen reeds na enkele dagen met de kuikens op stok gaat. De kuikens hebben dan al een redelijk vliegvermogen.

 


 Bijzonderheden

Orde: Galliformes

Familie: Phasianidae

Genus: Gallus

Het nest van wilde kamhoenders bestaat uit een éénvoudig gegraven kuiltje in de grond en ligt goed beschut in het struikgewas. Met name bamboe en diverse soorten gras vormen een geschikte nestgelegenheid. De eieren worden enkel door de hen uitgebroed.

Het broedseizoen bij rode kamhoenders varieert na gelang het leefgebied. In Pakistan, India, Nepal, Bangladesh, Birma en in het Noorden van Laos en Vietnam en in het uiterste Zuiden van China heerst een warm gematigd klimaat. Het broedseizoen van de daar levende rode kamhoenders is in het late droge seizoen met een piek in de maanden april en mei. In het grootste gedeelte van Thailand, Laos en Vietnam Maleisië en Indonesië, is sprake van een tropisch klimaat. De rode kamhoenders hier broeden meer in het vroege droge seizoen met een piek in de maanden december tot januari. De eieren van het rode kamhoen zijn ???? van kleur. Het legsel bestaat uit 5 à 6 eieren en de broedduur bedraagt 19 dagen. De afmeting van een rode kamhoen ei is ongeveer ???? millimeter. De eieren wegen gemiddelde tussen de ???? gram.

 

 


Kweekverslag


Foto's


Video's