Gallus sonneratii

sannarthoender.jpg

Nederlands: Sonnerat kamhoen

Engels: Grey Junglefowl

Frans: Coq de Sonnerat

Duits: Sonnerathuhn

Spaans: Gallo Gris

Italiaans: Gallo grigio


Taxonomische status:

 Soort status: full species

Ondersoorten: /

TSN: 176088


Verspreidingsgebied

verspredingsgebied sonnerat.PNG

Het Sonnerathoen vinden we op het Indiase schiereiland, ten westen van de Godavari-rivier. Ze komen voornamelijk voor in West- en Zuid-India. In Centraal-India komen ze sporadisch voor en kruisen daar soms in de natuur met rode kamhoenders.

 


Beschrijving

Hier valt vooral het halsbehang van de hanen op. De lange grijze nekveren dragen naar hun uiteinde toe lakplaatjes die witachtig tot oranje van kleur zijn. Voor de rest is het lichaam zwart en grijs, met een aantal opvallende roestkleurige veren. De kam is bij deze soort kleiner en ondieper ingesneden.

Het Sonnerathaan heeft een klein en ondiep getande rode kam, rode gezichtshuid en keellellen. De halsveren zijn lang, zwart met grijze zomen, die boven de punt twee tot drie witachtige hoornplaatjes dragen, die aan de punt geel tot oranje van kleur zijn. De lancetvormige veren van het onderlichaam zijn zwart met witte schachtstrepen en lichtgrijze zomen. Bij de flanken zijn de hanen roestrood van kleur. Het ruggevederte is purperzwart met witte schachten en smalle grijze zomen. De lange veren op de stuit hebben roestrode punten en grote gele en witte hoornplaatjes. De staart is glanzend purperzwart, de vleugdekveren hebben zwart met witte schachten en lange roestgele hoornpunten. De overige vleugeldelen zijn zwart, de ogen geeloranje, de snavel is hoornzwart met een geelachtige punt en een gele ondersnavel, de poten zijn geel tot lakrood. De totale lengte is 70-80 cm., de vleugels zijn 22-22,5 cm., de staart is 33-39 cm. Het gewicht is ca. 740-1130 gram.

De hennetjes hebben een bruine rugkleur en een mooie witbruine gezoomde borsttekening. Het Sonnerathoen vinden we op het Indiase schiereiland, ten westen van de Godavari-rivier. De hen is bruin met rode schachtlijntjes aan de bovenkop, het gezicht is lichtbruin, de halsveren hebben een izabelkleurig centrum, zwarte lijntjes en bruine zomen, de mantel is fijn lichtbruin en zwart gesprenkeld met witachtige isabelkleurige en zwartgezoomde schachtstrepen. De vleugels zijn zwart en bruin gesprenkeld; de buitenste staartpennen en de grote slagpennen zijn dof zwart, de keel is isabelwit; de borstveren zijn wit met brede zwarte of bruine zomen. De flanken zijn bruinachtig gezoomd. Het onderlichaam is licht isabelkleurig; de ogen zijn geeloranje, de snavel is hoornzwart met een geelachtige punt en een gele ondersnavel, de poten zijn geel tot lakrood. Totale lengte 38 cm.; vleugels 20-21,5 cm., staart 13-17 cm., gewicht 700-800 gram.

De kuikens lijken op de kuikens van het rode kamhoen, maar zijn donkerder en bruiner van kleur. Het hoofd en de onderkant zijn kastanje bruin.

Juveniele dieren lijken op de hen, maar de haan heeft soms grijze en roestkleurige veren. De staart is bij de haan zwart.

Eenjarige hanen lijken op de volwassen hanen, maar bezitten kortere en doffere veren, terwijl de vleugels zwart en roestbruin zijn. De kam, lellen en sporen zijn dan nog weinig ontwikkeld en gewoonlijk zijn deze jonge hanen nog onvruchtbaar.

Alhoewel er van het Sonnerathoen geen ondersoorten bekend zijn, is het zo dat de Noordelijke vogels vaak wat lichter van kleur zijn dan de vogels in het Zuiden.

 


Biotoop en voedsel

Sonnerathoenders en Lafayettehoenders komen zowel voor in de tropische jungle en bamboebossen, alsmede rondom de rijstvelden en de civilisatie.

Voeding in het wild: Wilde kamhoenders kennen een gevarieerd voedselpatroon. Zo eten ze diverse soorten graszaden, bamboezaden, maar ondermeer ook zaden van Trichosanthes, Rubus, Carissa, Shorea, bessen, vruchten (o.a. Euphorbiaceae, Vitex pubescens en Streblus cispen), kleine blaadjes en knoppen. In de buurt van de civilisatie doen ze zich ook veelvuldig tegoed aan rijstzaden (Oryza), mais, bonen en tapiocaknollen (Maniok). Ook eten ze diverse soorten insecten zoals kevers, sprinkhanen, mieren, termieten (evenals termieteneieren), larven en rupsen, maar ook andere geleedpotigen als spinnen. Eveneens staan wormen, en kleine hagedissen op het menu.

Voeding in gevangenschap: De in de handel zijnde commerciële voeders (pellets) voor fazanten en / of kippen voldoen goed. Echter, het is aan te bevelen om wilde kamhoenders te voeren met speciaal voor fazanten ontwikkeld voer. Dit voer is immers afgestemd op de specifieke behoefte van fazantachtigen. De behoefte van wilde hoenderachtigen aan eiwitten, vitaminen en mineralen blijkt namelijk hoger te liggen dan bij legkippen. Het is dan ook aan te bevelen om de wilde kamhoenders te voeren met speciaal voor fazanten ontwikkeld voer.

Naast pellets kan men de dieren een graanmengsel en groenvoer, zoals groente en fruit, bijvoeren. De dierlijke eiwitten zouden kunnen worden aangevuld met meelwormen. Het bijvoeren van de dieren is nuttig omdat de dieren hierdoor een groter scala aan voedingselementen krijgen aangeboden. Echter, uiteraard geldt bijvoeren met mate! Te veel aan bijvoer zal leiden tot een onevenwichtige voeding, met alle gevolgen van dien.

Naast pellets en bijvoer is ook grit en maagkiezel van belang. Grit is een belangrijke leverancier van de benodigde mineralen, met name kalk. Maagkiezel hebben de dieren nodig voor het vermalen van het voer. Kamhoenders hebben immers geen tanden. Het vermalen van het voer vindt in de spiermaag plaats.

De kuikens van de wilde kamhoenders dienen te worden gevoerd met opfokmeel, althans de eerste weken (duur afhankelijk van de voedingsfabrikant). Daarna kan men overgaan op opfokpellets. Ook hier geldt dat men het best kan kiezen voor voer dat speciaal voor fazantachtige is ontwikkeld. Het is aan te bevelen om de kuikens bij te voeren met meelwormen. Dit is gunstig omdat de kuikens tijdens de groeifase extra eiwitten nodig hebben voor de opbouw van hun lichaam.

 


Gedrag

De dieren zijn altijd schuw en voortdurend op hun hoede. Zelfs in de buurt van menselijke nederzettingen, zoals bij de heilige tempels. Alhoewel de dieren zich meestal verbergen, geven ze er de voorkeur aan om aan de buitenranden van de bosschages te foerageren. Met name in de vroege morgen en in de avond zijn de dieren te vinden op ontgonnen terrein en op open plekken in het bos.

De dieren leven het grootste deel van het jaar in kleine groepjes en / of in familieverband. Gedurende het broedseizoen zonderen de sterke hanen zich met één of meerdere hennen af. De jonge hanen leven dan afzonderlijk in groepjes van 2 of 3 hanen.

Om hun territorium aan te duiden, kennen de hanen van alle 4 de soorten een karakteristieke kraai. De kraai van het rode kamhoen lijkt op die van het gedomesticeerde hoen, maar is kort en wordt abrupt afgebroken: kukeleku. De kraai van het groene Javahoen is schor en klinkt als chaw-aw-awk. De kraai van het Sonnerathoen bestaat, net zoals bij het rode kamhoen, uit een enkele kraai met 4 samengestelde noten. De duur is ongeveer gelijk als bij het rode kamhoen en klinkt als ah ahah ah ah. De kraai van het Lafayettehoen klinkt als george joyce.

 


Statuut


Ziekten

Ziekten die voortkomen uit huisvestingsproblemen, voedingsproblemen en infecties zijn talrijk. Het is van groot belang om de samenhang van huisvesting, verzorging, voeding, hygiëne en ziektepreventie te kennen. Al deze genoemde aspecten dragen bij aan een goede gezondheid en aan het welzijn van de kamhoenders. Overigens verschillen wilde kamhoenders als het gaat om ziekten, niet of nauwelijks van huishoenders.

Een goede gezondheid begint dus met een goede huisvesting, een goede verzorging, de juiste voeding en met hygiëne. Daarnaast kunnen een aantal ziekten worden voorkomen door het hanteren van een goed ziektepreventieschema. Door de EJFG wordt het volgende schema gehanteerd:

ZiekteProductFrequentie

Marek HVT-vaccin Eénmalig (eerste levensdag)

Cocidiose Opfokvoer met anti-coccidiosemiddel Eén keer mestonderzoek (twee tot vier weken na overschakeling op voer zonder anti-coccidiosemiddel)

Chicken anemie virus CAV-vaccin Eénmalig (tijdens de jeugd)

Wormen Flubenol (uitsluitend ontwormen bij vaststelling van besmetting) Eén keer mestonderzoek bij jonge dieren tijdens de opfok en tweemaal per jaar mestonderzoek bij alle dieren

Pseudo vogelpest Voorenten met Clone 30 en vier weken later de dieren inenten met La Sota Eén keer per jaar (jonge en oudere)


 Bijzonderheden

Orde: Gallifarmes (Hoendervogels)

Familie: Phasianidae ( Fazanten)

Genus: Polyplectron

Het nest van wilde kamhoenders bestaat uit een éénvoudig gegraven kuiltje in de grond en ligt goed beschut in het struikgewas. Met name bamboe en diverse soorten gras vormen een geschikte nestgelegenheid. De eieren worden enkel door de hen uitgebroed.

 


Kweekverslag


Foto's


Video's