Western tragopaan (NL)

 (UK)

 (F)

 (D)

 


 

Taxonomische status

Full species


 

Verspreidingsgebied

Deze soort leeft in het noordwestelijke Himalaya gebied ten westen van Gartok in Tibet, in Pakistan en zelfs op een enkele plaats in India.

 

 


 

Beschrijving haan

De haan heeft een zwarte bovenkop en een bruinrode nek en hals, overgaand in oranjerood. Hij heeft een diepblauwe keel en een rode, onbevederde gezichtshuid met meerdere rijen kleine, blauwe lijnvormige vlekjes onder de bruine ogen. De keel is diepblauw, de keellel is in het midden purper, aan de rand rozeblauwachtig, terwijl de horens blauw zijn. De snavel is zwart met een hoornkleurige punt; De poten zijn roze tot grijswit, Het onderlichaam is overwegend  zwart met witte vlekken. De veren zijn aan de basis bruin en in het midden voorzien van een onregelmatige rode dwarsband. Aan de buik hebben de veren geen rood en ze zijn aan de basiszwarten lichtbruin getekend met stipjes. rug en vleugels zijn lichtgrijs, fijn zwart gegolfd en ook weer voorzien van ronde, witte, zwartgezoomde vlekjes.

 

Beschrijving hen

De hen is op de rug lichtbruin tot grijsachtig, fijn zwart gegolfd en vertoont hier zowel als aan de hals zwarte vlekjes en witte streepjes. Kop, hals en nek zijn vervolgens roodbruin "gevernist". Het onderlichaam is grijs en donker bruin gegolfd en gestreept, terwijl borst en buikgrotere, witachtige vlekken vertonen. Over het algemeen is de hastings tragopaanhen grauwer en onduidelijker getekend dan de hennen van de andere soorten. De keelveren hebben een geelbruin middendeel.


 

Biotoop en voedsel in de vrije natuur

Hasting tragopanen leven gedurende de zomermaanden in dichte wouden op een hoogte van 2000 tot 4000 meter. dicht bij de sneeuwgrens, en zoeken gedurende de wintertijd de lagergelegen gebieden tot 1200 meter. De vogels leven van boombladeren, vooral eike-  en beukshoutknoppen, wortels, bessen , zaden en insecten, maar in verhouding tot de plantaardige voedingsstoffen is dit laatste percentage gering.
 

Gedrag


 

Huisvesting

Tragopanen zijn zeer harde dieren, dit is het gevolg van hun leefgebied, de meeste leven tussen de 2000 en 4000m. De cabot maakt hier een uitzondering op en leeft betrekkelijk laag, doch is hij ook winterhard.

Een volière dient bijgevolg zelfs geen nachthok te hebben, een schuilplaats tegen de regen is voldoende. Let wel op dat uw voeding droog blijft zodat er geen schimmel verzuring ontstaat of de korrel aan elkaar gaat klitten. Nog een pluspunt van geen nachthok, de buren hebben veel minder argumenten (stedenbouwkundig) om de volière te laten afbreken. De minimum afmetingen zijn 2m x 7m x 2m hoog. Je dient er wel voor te zorgen dat de haan de hen niet in het nauw kan drijven want als de hen nog niet rijp is om te paren en ze zo zou doden bij het afwijzen van de partner. Zonder obstakel in de volière zal de haan moeilijk of niet aan zijn baltsritueel beginnen. Voorbeelden van obstakels zijn bvb. een dikke boomstronk plat of rechtop, een grote natuursteen, een betonblok of zeer dichte bamboe. Begroeiing is een pluspunt, kies dan wel voor snelgroeiende planten die niet al te giftig zijn. Voorbeelden: vlier, laurier, bamboe, ... Onze dieren bezien dit ook als groenvoer. Zitstokken zijn ook een must. De bodem kan bestaan uit gewoon zand ( hygiëne is een must), betonnen vloeren zijn uit den boze. een laag zeezand aanbrengen kan ook, maar geen rivierzand, de korreltjes zijn te scherp en de poten kunnen kloven. Het is aan te raden om voor de eerste verticale meter zeker metaalgaas te gebruiken (ongedierte). Synthetische netten werken daarentegen heel proper en bij plotseling schrikken of dreigende gevaar en opvliegen kwetsen ze zich niet, dus ideaal voor het dak. deze netten kan men in de vakhandel kopen op de rol of op maat gemaakt. Indien je veel last hebt van ongedierte (marter, bunzing, vos) ben je genoodzaakt om schrikdraad te installeren. Geen systeem is waterdicht. een stuk draad of een steen in de grond is dan ook geen luxe.

 

 
 

Voeding in volièremilieu


 

Kweekverslag

 

 

Video's