Waarom een werkgroep.

Een van de belangrijkste argumenten voor het houden van dieren in beschermd milieu is het feit dat deze activiteit kan bijdragen tot het behoud van dieren die in de natuur met uitsterven bedreigd worden. Het idee dat dierenparken en private collecties een soort stationaire Ark van Noah kunnen vormen voor soorten die het in hun eigen biotoop moeilijk hebben wordt thans algemeen aanvaard en heeft in het verleden al voor heel wat soorten zijn waarde bewezen.

Erg belangrijk bij dit alles is dat deze zogenaamde ex-situ populaties enkel maar soortzuivere dieren omvatten, dat er voldoende genetische variatie aanwezig is en dat ze op een professionele manier worden beheerd. Alleen dan kan een ex-situ project geloofwaardig overkomen en biedt het kans op slagen, ook op langere termijn.

Meer bepaald voor de verschillende vogelsoorten die in beschermd milieu gehouden worden, stelt zich het probleem dat er in de loop van de jaren heel wat twijfels over met name de soortzuiverheid is gerezen. Hiervoor bestaan verschillende redenen, maar feit is dat het vandaag niet meer mogelijk is enkel op morfologische basis te beoordelen of een vogel al dan niet zuiver is. Binnen de internationale gemeenschap is men het er thans over eens dat in dergelijke gevallen alleen een DNA-onderzoek uitsluitsel kan bieden. Dit is een dure aangelegenheid die wij trachten zo lang mogelijk uit te stellen maar niet onvermijdelijk zal zijn in de toekomst.

De werkgroep is actief bezig met literatuuronderzoek en morfologisch onderzoek in samenwerking met wetenschappelijke instellingen.


.